Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogten die Broederschappen dan worden voorbijgegaan, welke reeds vóór een paar eeuwen uit eigene beweging den Staten-Bijbel tot Kerkelijk gebruik hadden aangenomen ? Zouden zij, die tot ons waren toegetreden, niet met reden te klagen hebben, bijaldien wij hen nu terugstootten ? Hebben, om van anderen niet te gewagen, de Heeren haeting en vissebïng er in hunne geschriften geene sprekende blijken van gegeven, dat er onder de zoodanigen, die tot den arbeid aan eene nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament bevoegd zijn, niemand boven hen staat? Die geschriften, voor iedereen toegankelijk, mogen het ook uitwijzen, hoe schroomelijk men zich bedriegt, tenzij men hetgeen uit hunne handen komen zal { met gerust vertrouwen afwacht. In deze hebben wij zelfs een waarborg, zoo wij de ongegronde vrees koesterden, dat anderen, die buiten onze Kerk zijn, iets onregtzinnigs zouden doordrijven. En dergelijke aanmerking is er tot geruststelling van hen te maken, die zich wegens de zeer uiteenloopende rigtingen, welke de medewerkers aan de nieuwe vertaling, met betrekking tot het godsdienstige, volgen, bekommering laten aanjagen. Hoe zou het, bij het onderling verschil van denkwijze, toch mogelijk zijn, dat de eene of andere partij hare bijzondere gevoelens in den Bijbel wist in te schuiven? Tegen de ongeloovigen, die de ongeschondenheid van de boeken des Ouden Testaments aanvielen, plagt men van ouds in te brengen, dat er geene gelegenheid tot verminking geweest was, dewijl Joden en Christenen ze gelijkelijk in handen hadden. Zoo zal hier Leiden tegen Groningen, Groningen wcderkeerig tegen Leiden waken; en die van Leiden en

4

Sluiten