Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dient, zoo hij vreezen mogt, dat misschien de een of ander hunner heiligschennis begaan zou ?

Nog veel meer zal dit eene ijdele vrees blijken te zijn, wanneer wij op het andere letten, waaraan de Vertalers gebonden zijn. Wij kunnen verder dan tot die plaatsen gaan, in welke de Staten-Bijbel met den gewonen tekst, tegenover meerdere of mindere getuigenissen der oudheid, overeenstemt. Geene enkele bladzijde van het Nieuwe Testament, of zij biedt er menigvuldige proeven van aan, dat men zich niet bedriegt, als men eene nieuwe Nederduitsche vertaling uit het Grieksch vervaardigen en de vertaling van den StatenBijbel toch tot leiddraad nemen wil. Kortheidshalve bepaal ik mij bij tweederlei gevallen. De ééne soort betreft den zin der uitdrukking, die in het oorspronkelijke voorkomt. Misschien staat iemand er mede verlegen, hoe hij het woord, waarvoor de Staten-Bijbel 1 Theas. V: 22 schijn heeft, moet overbrengen. Mogelijk weet men niet, of men Hebr. V : 11 met den Staten-Bijbel schrijven moet: van den welken of van wien, dan wel, wat zich nog al aanbeveelt, waarvan, hetwelk dan op geheel de rede van vs. 10 slaat (1). Of men durft niet volstrekt beslissen, waarmede Bom. I: 17 het zeggen uit den geloove of liever wit geloof te verbinden zij: met het voorgaande: de regtvadrdige, of, gelijk, mijns inziens, hoog waarschijnlijk, is (2), met het volgende: zal leven. Volgt nu de Vertaler in deze en dergelijke gevallen den leiddraad der vertaling van den Staten-Bijbel, dit neemt niet weg, dat het Grieksch bij hem bovenaan staat;

(1) Zie Proeve van Grondslagen bl. 115, 116.

(2) Zie mijne Interpret, ad h. 1.

Sluiten