Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij zoeken geen raagt of invloed, geen rijkdom of genot. Wij omreizen geen land en zee om een proseliet te maken, en als hij het geworden is, hem te maken tot een kind der helle. Moge ook al ooit de heilige zending zóó verbasterd, zóó misbruikt zijn, dat is haar wezen nietj door al wie waarlijk in jezus gelooft, werd die ontaarding met diepe droefheid verafschuwd. Waar het werkelijk om de verkondiging der blijde boodschap te doen is, waar de vrede , dien jezus heeft aangebragt, waarlijk in stillen ootmoed, in warme, zelfopofferende liefde verkondigd wordt, daar is de zending het werk van jezus Heiligen Geest, daar is 't ontwaken van den zendingsijver het bewijs, dat «zus zelf de zijnen zendt. Ja, de Heilige Geest is vaardig geworden over de gemeente; het geloof is verlevendigd; en nu is daar ook in het binnenste van sommigen althans de stem van jezus vernomen: „Gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zende Ik ook ulieden."

Maar gevoelt dan ook, geliefden, gevoelt uwe heilige roeping. Reeds is er iets in ons, dat ons dringt om gezamenlijk zendingfeest te vieren. Maar wij worden geroepen om zeiven zendelingen te zijn. Wel zal de zending zelve nooit ophouden; want jezus leeft en houdt niet op te zenden. Maar zoo wij aan zijne stem geen gehoor geven, zoo wij ons niet laten zenden, zoo wij geene getuigenis afleggen dat jezus leeft, dan rangschikken wij ons aan de zijde van hen, die zeggen dat Hij dood is. Ziet, geliefden, dat is de vraag waarop het alles neerkomt; leeft jezus? of is Hij dood voor ons? Weten wij dat Hij leeft? gevoelen wij dat Hij leeft? ondervinden wij in ons binnenste dat Hij leeft, door de verlossing, de heiligheid, de liefde, de zaligheid, die Hij ons schenkt? En als wij daar iets van ondervonden hebben, dan kunnen, dan mogen wij ook niet zwijgen. Gelijkerwijs de Vader Hem gezonden heeft, alzoo zendt Hij ook ons.

Ja, wij zijn allen geroepen om zendelingen te zijn. Reeds door ons geheele bestaan moeten wij getuigen en prediken van de verlossing in jezus cheistus. Maar ook regtstreeks. Wij mogen niet zwijgen van de groote werken van Hem, die ons uit de duisternis heeft overgebragt tot zijn wonderbaar licht. Wij moeten de gelegenheden opzoeken om ook aan hen, die er het minst mede bekend zijn, aan hen die er nooit van hoorden, de blijde boodschap te brengen. En waar wij zelren niet kunnen komen, daar moeten wij al ons best doen om te zorgen dat anderen er heengaan in onze plaats. Zij die wij zendelingen noemen, in engeren zin, zij zijn in

Sluiten