Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meening gedeeld, of liever, ik had daar tot heden niet genoeg over nagedacht. In den laatsten tijd is mij deze zaak tot een ernstig en gezet nadenken en onderzoek geworden. Den uitslag van die overdenkingen en van dat onderzoek wensch ik op dit feest aan de verschillende hier verzamelde Zendingsvrienden mede te deelen, opdat ook zij hunne gedachten daarover zouden kunnen laten gaan.

Als wij de geschiedenis der nieuwere Zending raadplegen — ik bedoel met de nieuwere Zending, de sedert ruim 50 jaren van Europa uitgegane prediking van het Evangelie aan de Heidenen — als wij die geschiedenis nagaan, dan zijn het voornamelijk twee drijfveêren, waardoor zij is ontstaan en tot heden is voortgezet.

Toen er nieuw geloofsleven werd geboren, herinnerde men zich het woord des Heeren aan zijne apostelen en jongeren: „Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen." Men beschouwt dit te regt als een bevel des Heeren, geldig voor alle eeuwen. Met dit Schriftwoord verbond zich onmiddelijk medelijden met de arme Heidenen, die daar leefden zonder God, en zonder christus in de wereld. Men maakte zioh met hunne ellende bekend, en riep alle geloovige Christenen op, óm aan hen het zaligmakende Evangelie te brengen. Men sloot zich in vrije evangelische Vereenigingen aan een, daar de toestand der kerk niet konde doen hopen, dat zij die taak op zich zoude nemen. Veeleer ondervond in den eersten tijd de Zending van haar meer tegenwerking dan medewerking. Zij verdroeg echter dien tegenstand en den smaad der wereld, en werd er gelukkig slechts te ijveriger door om voort te gaan op den ingeslagen weg. Doch hoe geldig deze beide drijfveêren ook zijn, en hoe goed het is die niet' te laten varen, er is toch nog een ander gezigtspunt, waaruit de Zending onder de Heidenen is te beschouwen, en waaruit zij meer en meer zal moeten beschouwd worden.

Wanneer men de Zending onder de Heidenen beschouwt, niet alleen als de opvolging van een bevel des Heeren en als een gevolg van het medelijden met den ongelukkigen toestand der Heidenen, maar ook als eene door den Heer zeiven te voren aangeduide gebeurtenis , die juist nu in den tegenwoordigen tijd aan Zijne gemeente is opgedragen, die van groot belang is in betrekking tot de ontwikkeling van de wereldgeschiedenis, en van het koningrijk Gods, eerst dan wordt zij van veel algemeener beteekenis en verschijnt zij ons in een nieuw licht.

, Dat licht, het gaat voor haar op als wij niet alleen letten op

Sluiten