Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Komt, naar tijdsomstandigheden liet ter uwer ooreu gebragt. Dat woord des Heeren jezus is:

I. Eene heerlijke profetie, schijnt eohter II. Eene tastbare onmogelijkheid, HL Zal eenmaal blijken, te zijn eene stellige waarheid.

I. Eene kudde schapen: ziet gij wel ooit eene menigte levende wezens liefelijker en vereenigder, tronwhartiger en teederder naast elkander! In het naburig Duitschland en in andere streken, waar bergachtige gronden zijn, trof het vaak mijne aandacht, hoe zij rondom den Herder, die met den hond aan zijne zijde op een rotsblok is gezeten, daarhenen wemelen; hoe zij zijne stem kennen, en hoe hij te midden van zijn handenarbeid, het aan het melodieus rinkinkel hunner bellen weet, dat er bij de telling niet één uit hen zou worden gemist!

Liefelijk beeld is die kudde van de duurgekochte gemeente des Heeren! Of is niet dit het kenmerk 'Zijner verlosten, dat zij in één hoop, één geloof, één liefde, één vrede door éénen Geest rondom dien éénen Heer en chbistus zich vereenigen? Zij hooren Zijne stemme, die uit de heilige bladen des Woords hun tegenruisoht, boven alle de verleidelijke lokstemmen van wereld, booze en zonde verre uit. Hij kent de Zijnen en wordt van hen gekend!

Doch niet slechts om hare'liefelijkheid, ook om hare uitgebreidheid van zin is de profetie zoo heerlijk en schoon. Immers niet slechts het toegebragte Israël, maar ook het toegebragte Heidendom van de uiterste einden der aarde zal eenmaal tot die kudde behooren. Want zoo luidt toch de godspraak in den psalm: „alle Heidenen zullen Hem wel gelukzalig roemen. De gansche aarde, worde met Zijne heerlijkheid vervuld. Amen, ja Amen!"

Heerlijke gedachte voor 't geloof! Blijmoedige profetie voor dien, die door herscheppende genade liefde tot den naaste waarlijk in zijn hart voelt uitgestort!

Dan zal ook de profetie des stervenden Noachs worden vervuld: God breide Japhet uit, en Hij wone in Sems tentenl" Ja Sem en Japhet zullen dan andermaal als broeders verkeeren. Doch ook Cham zal dan gezegend zijn. Niet meer „een knecht der knechten zijner broederen" maar vrij zal hij zijn, vrijgemaakt door de verdiensten des eenigen Middelaars!

De bruinkleurige Oosterling zal dan wandelen naast den Groen-

Sluiten