Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hebben wij heden dieper dan ooit gevoeld, en zoo -wij het nog niet wisten, wij hebben het heden geleerd. Wij hebben een vreugde genoten, die het hart verblijdt, ja - maar ook verkwikt, maar ook verheft, maar ook versterkt, maar ook verruimt, maar ook vernieuwt, en nu dat hart losbarsten doet in den danktoon: ja, Heere, één dag alzéó in uwe voorhoven, is beter dan duizenden elders. Dit is een dag boven duizenden, God zij dank, een feestdag ook voor duizenden geweest, dit tweede groote Zendingsfeest!

Ons tweede Zendingsfeest! Immers ook dit geeft nieuwe stoffe van dank? Toen de Heer het ten vorigen jare eenigen Zendingsvrienden in 't hart gaf het christelijk volk van Nederland een feest als dit te bereiden, toen was de verwachting niet hoog gespannen, de bezorgdheid groot, de meening verdeeld. Maar de Heer beschaamde elke vrees, en het vooroordeel zelf kon geen grond van veroordeeling vinden. De Heer had zigtbaar het zegel van zijn goedkeuring aan die eerste proeve gehecht. En nu — ten tweeden male werd ons deze zegen bereid, en velen die er waren in 't vorig jaar, en velen die daar toen niet zijn'geweest, ze zijn nu zamengekomen tot dit tweede feest in verdubbelde menigte, en de feestvreugde klom met het tal der feestgenooten. Bier is 't waarheid: hoe meer zielen, hoe meer vreugd; want die vele zielen, hier hebben ze één ziel en één zin! Niet waar? ook dat doet 'goed met zoo velen zamen te zijn en zamen te stemmen in éénheid van geest! In de wereld, waarin wij doorgaans verkeeren, zijn wij gewoon de minderheid te vormen, en daarover beklagen wij ons niet. Ook bij twee of drie kan de Heer wonen met zijn zegen en Geest. Al stonden wij alleen in de wereld, (alleen met Jezus!) we zouden nog rijk zijn, en geen regt hebben van beklag, maar toch het is goed en weldadig, nu en dan althans, met vele gelijkgezinden verbonden te wezen, een schare te zien van geloovigen, op te gaan met de feesthoudende menigte! Zegt het, gij, die deze feesten hebt aangelegd, of er de hand welwillend toe leendet, als gij deze menigte aanziet, dankend voor een.zaligen dag, wordt u het hart dan niet week en het oog niet vochtig, en dankt gij uwen God niet die deze gedachte, dit werk in uw hart heeft gegeven? Ja. Hem danken wij allen, Hem, die een eerste proef zoo wel deed gelukken, en nu andermaal een nieuwen zegen bereidde. Wij danken, dat ook weder op dezen dag niets de orde, de eensgezindheid, de' welvoegelijkheid en vreugde kwam storen, 't Was wel niet anders te wachten van dat volk van Nederland, dat zoo waardig zijn nationale

Sluiten