Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten gepredikt. Nog eens dan, zegt het mij, gelooft gij de Prefeten ?

III. Welk antwoord ontvangt paulus? Het woord des Heeren is scherpsnijdender dan eenig tweesnijdend zwaard, en is een oordeeler der gedachten en overleggingen des harten, het gaat nooit ledig uit, het verhardt of verbreekt, wordt of een reuk des levens ten leven, of des doods ten dood. Voor u staan thans de heiden festus, agrippa Jood in naam, en paulus een Israëliet, die in jezus, zoo als filippus weleer, dien gevonden heeft, van welken mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten i. De eergierige en hebzuchtige festus kan het gewigt der vragen waarover hij een oordeel vellen zal, volstrekt begrijpen noch waarderen. Hij heeft ook eene godsdienst, heeft zijne eigene meeningen, die hij evenwel aan niemand opdringen wil; wat anderen denken en zeggen is hem onverschillig, alle ernstige strijdvragen vindt hij vervelend; en zoo hij er zich om bekommeren moet, het dunkt hem eene onaangename taak te zijn. Hoort sléchts, wat hij tot agrippa zegt. Trouwens, de gemoedsrigting van festus en allen, die zijne geestverwanten zijn, kan niet korter en krachtiger, duidelijker en meer naar waarheid, dan met zijne eigene woorden geschetst worden. "De Joden hadden tegen paulus," zegt hij, "eenige vragen van hunne godsdieust, en van zekeren jezus, die gestorven was, welken paulus zeide te leven." En zoodra paulus met nadruk en warmte zijne overtuiging belijdt, kan de altijd kalme en koude festus het zoo Weinig verstaan en waarderen, dat hij ernstig of schertsenderwijs den Apostel "toeroept : gij raast, paulus! de groote geleerdheid brengt u tot razernij." FestUs behoorde waarschijnlijk in zijne dagen tot de geestigen of tot de sterke geestfen, gelijk men ze wel eens noemt; hij acht het daarom beneden zich, deze vragen ernstig te onderzoeken, en het is bijna onmoge-

1 Joh. i: 46.

Sluiten