Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds met warme liefde aangekleefd en getracht haar, naar de mate der gaven ons geschonken, zooveel in ons was, te schragen, te verdedigen en in het goede spoor terug te leiden. Van jongs af aan die Kerk verbonden, hebben wij steeds eene innige betrekking tot haar gevoeld, die door de herinnering aan de groote dingen, welke God van vroege tijden af in die Kerk en door haar aan ons Vaderland, ja aan geheel de wereld, bewezen heeft, krachtiglijk bevestigd, ons langen tijd deed terugdeinzen van elke gedachte haar te verlaten. Ja wij hebben in die hartelijke verknochtheid langen tijd zelfs het ongerijmdste geduld en het onverdrageKjkste verdragen, in de hoop van door lijdzaam en biddend wachten de noodzakehjkheid te kunnen ontgaan, ons van die Kerk, in het bloed onzer om des geloofs wille gemartelde vaderen gesticht, af te scheiden. En daarom, Eerwaarde Heeren! met welk gevoel het ook zij, waarmede wij thans eenen stap doen, dien wij vroeger onmogelijk zouden geacht hebben, het is waarlijk het allerminst met het gevóel van ongemengde vreugde. Nog heden, indien wij slechts eenige mogelijkheid zagen met een goed geweten deze betrekking, die wij reeds lang hadden moeten afbreken, aan te houden, gelooft ons, wij zouden niets liever doen dan dit.

Maar, Eerwaarde Heeren! in zaken van roeping, pligt en geweten mogen smart of vreugde geene stem hebben. Wij doen dezen stap, omdat wij God meer moeten gehoorzamen dan de menschen en de bewegingen van ons gevoel. Wij achten ons in staat rekenschap te geven van dit ons besluit, en wij meenen niet van u te mogen scheiden zonder die rekenschap te-uwer kennisse te brengen. Vele en velerlei zijn de redenen,

Sluiten