Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAARDE BROEDERS!

Hoezeer wij niet genegen zijn om de ellenden der kerk door den druk openbaar te maken; wijl daardoor menigmaal de gemoederen worden opgewonden, vonden wij ons echter gedrongen tot geruststelling der opregten om der waarheid getuigenis te geven,-tegen eene circulaire aan alle gemeenten rondgezonden-

Het is waar, dat ieder weldenkende by de oppervlakkige beschouwing van dat stuk, overtuigd moet worden dat deszeifs inhoud gansch liefdeloos is ; doch gebondenheid aan personen , verwekt menigmaal eene verkeerde beoordeeling van zaken, en daarom zal eene opgave van alles wat aanleiding gaf, tot de omstandigheden, in de circulaire vermeld, tot een onpartijdig oordeel kunnen strekken; waarom wij dezelve hier laten volgen :

In Julij 1856 le Zwartsluis, als afgevaardigden uit elke classis vergaderende kwamen des avonds na de opening der vergadering, twee kerkenraadsleden van 'sHage, zich ten huize van den leeraar J. Plug aanmelden, met verzoek, om den volgenden dag te mogen worden toegelaten, om hunne belangen in te brengen; de afgevaardigden van Overijssel, van hunne zaken, geheel onbewust, werden niet weinig ontsteld, wanneer er een verslag van den leeraar C. van den Oever gegeven werd aangaande die twee personen, met uitdrukkelijken last, om dezelven geene huisvesting te verleenen, wijl zij zich zulks onwaardig maakten en in strijd was met de regels onzer Kerk. Ds. Plug en zijn kerkenraad eenigermate verschrikt over zulk eene taal, hadden geen moeds genoeg, hoewel hun hart er onder klopte om die huisvesting te bewerken, waarop deze menschen werden weggezonden, welke zich hier niet tegen kunnende stellen, betuigden, dat zij dan op de straten zouden vernachten, hetwelk echter verhinderd werd door eene vrouw, welke hun huisvesting verleende, daartoe beloond wordende door een lid der gemeente.

De vergadering geopend zijnde werd hun in de middagzilling van den tweeden dag toegang verleend, de leeraar C. van den Oever, voorzitter zijnde, begon na dat zij hun verzoek gedaan hadden met zwarte kleuren hunne personen af te schilderen en stelde voor, zich toch niet te vermoeijeta met zulke zaken, wijl hun schuld genoegzaam gebleken was; de twee kerkenraadsleden gaven hierop hunne stukken over, protesterende tegen de clasis van Rotterdam, door welke zij waren veroordeeld om geschorst te worden als ouderling en diaken en tevens gesensureerd als leden der gemeente.

Hunne stukken naziende, terwijl zij hunne zaak daar in voorkomende uiteenzetten, werd als hoofdzaak , daarin aangetoond dat bij de beroeping van een' leeraar ju de gemeente te 's Hage, vooreerst eea zestal was

Sluiten