Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk hun werd toegestaan, zich inmiddels beijverende om het geheel te vatten, dewijl er verscheiden geschreven stukken waren, welke moesten worden nagezien , het bleek hun wel dat er niet naar de Kerkwet gehandeld was ; doch indien korten tijd , alles niet kunnende beoordeelen verzocht de commissie tijd , om bedaard alles te kunnen nazien en overwegen, en traden in overleg dat Plug en Klinkert daartoe te zamen zouden komen en dan de medeleden hunne gedachten over de zaak mede te deelen; zulks werd onderling goedgevonden in de hoop dat in bedaardheid der gemoederen alles zoude hersteld worden. Inmiddels scheidde de vergadering na de overige zaken behandeld te hebben. DD. Plug en Klinkert te zamen gekomen zijnde , besteedden 'twee dagen tot het nazien der stukken en werden bevestigd, dat er niet naar de letter van de Kerkwet gehandeld was ; dat de schadelijke drift in plaats van christelijke zachtmoedigheid, de overhand gehad had en zulks,de zaak een netelig aanzien gegeven had , het scheen hun toch eene duistere zaak toe, hoe deze geschorsten zoo slecht en ongeloefelijk konden zijn dewijl zij altijd als kerkenraad hadden gediend zonder ooit over hunne verkeerdheid te zijn aangeklaagd en er zelfs te midden der beroeping niets tegen hunne personen is ingebragt.

Evenwel oordeelde de commissie, om naar de overige leden der Kerkenraad van 's Hage te schrijven, hun eenige punten ter beantwoording toe te zenden en daardoor, dewijl de leeraar reeds bevestigd was, voldoeniug te ontvangen, om de zaak te laten rusten, die vragen zijn hoofdzakelijk:

I. waarom de zoogenaamde bijlage hunner notulen tegen Boers, niet meer als door een lid der Kerkenraad was onderteekend ?

II. of de ouderling van Putten betuigd had op de classis, dat noch Kerkenraad , noch gemeente, den consulent verzocht hadden , biduur te houden, enz. ?

III. of van Putten op de classis de Bijlage der Kerkenraads-vergadering leugenachtig verklaard heeft ?

IV. of van Putten tegen Boers betuigd heeft, dat Ds. C: van don Oever, zijnen zoon A. v. d. O. liever als leeraar wlde hebben dan zijn zoon H. v. d. O ?

V. of van Putten weet, dat er onderhandelingen bestaan hebben, omtrent den Leeraar A. v. d. O. ?

Deze punten als bezwaren voorkomende in het protest, worden door hun beantwoord (woordelijk)alst3li--

Sluiten