Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Des avonds kwamen de afgevaardigden van Overijssel. De bestezamenstemming werd met blijdschap opgemerkt, en na den volgenden dag, omtrent die punten vereenigd te zijn, jverden de brieven vau ds. C. v. d. Oever en zijn kerkenraad aan de vergadering voorgelezen, en uit alles wat nu openbaar werd, rezen beschuldigingen legen ZEw. omtrent.

I. Eene brief aan de vergadering waarin schaamlelooze onwaarheden waren opgegeven.

II. Eenen brief aan eenige leden der gemeente vlissingen, vol schandelijken hoon tegen broeders.

III. Miskenning van de Kerk en hare reglen.

IV. Dit de ongezindheid van ZEw. om van zijn verkeerdheid terug te komen, niettegenstaande daartoe vermaand te zijn door zijne broeders.

Welke beschuldigingen teweeg bragten dat de vergadering niet anders vermogt, dan volgens de aangehaalde artikelen ZEd. te schorsen, gelijk zij ook met een vrij geweten gedaan heeft, en terwijl C. van der Oever zich niet ontzien heeft, om persoonlijk en door brieven, de gemeente leden voor zich te winnen, achtte zij zich verpligt dit dan ook in alle gemeenten te laten afkondigen, ten einde bij de eenvoudige leden, zijnen invloed tegen te gaan, uit deze bokuopte beschrijving van de oorzaken der schorsing kan elk zien, dat het niet de bedoeling en vijandschap van Holster, Plug en Klinkert is. waardoor de schorsing is bewerkt maar dat gemelde leeraar daartoe zelve de grootste aanleiding gegeven heeft.

Klaagliederen III: 34—42.

Nu zullen wij laten volgen de wederlegging der circulaire, waarop wij voorloopig aanmerken dat dezelve schijnt uit te gaan van leden der Dordsche vergadering: zulks is echter het geval niet, daar dezelve onderteekend is , door menschen waarvan er slechts zeven op de vergadering zijn tegenwoordig geweest, en hoe de- kerkenraad van Rotterdam getuigenis geven kan, dat hun leeraar, C. van den Oever tegen waarheid behandeld is; wij verklaren , dit niet te kunnen begrijpen , als alleen dat zij bladz. 23 zeggen, dat C. van den Oever als een vader mag genoemd worden, en zij dus, om ZEw. deor hunne handteekening gèzag bij te zetten, hem hebben willen behouden, wijl hun de vreeze bekroop dat ZEw. anders niet zoude geloofd worden. Ten anderen: wij meenden eerst die circulaire op den voet te volgen; maar men vindt daarin, zulk eene verwilderde schikking en sommige zaken zoo menigmaal herhaald dat wij er van moesten afzien.

Het doel der circulaire komt hierop uit: dat men tegen eiken prijs, ten koste van de eer en goeden naam eener gansche vergadering den geschor-

Sluiten