Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sten leeraar C. van den Oever zoekt te regtvaardigen en om dat doel te bereiken verklaart men:

le. de kerkvergadering den 19 October 1858 te Amsterdam gehouden onwettig.

2e. de feiten waarop de schorsing geschied is , ongegrond.

3e. wordt de schorsing aangemerkt als gevolg van een vroeger gemaakt goddeloos verdrag tusschen ds. Holster, Plug en Klinkert, —

4e. zijn eene menigte onwaarheden, vitterijen , en verkeerde voorstellingen de grond waarop de broeders op de schandelijkste wijze gehoond worden.

5e. wordt dit treffend werk gekroond met twee leugenachtige attesten.

Welke vijf punten wij kortelijk zullen wederleggen ten eerste, wordt blijkens de circulaire pag. 3 de kerkvergadering gehouden te Amsterdam 19 October onwettig verklaard: maar waarin was deze vergadering onwettig? Reeds te Dordrecht was de algemeene bepaling om weder te vergaderen, (zie art. 13 der notulen 3 Aug. 1858.) men leest daar:

„Nu wordt door eenige broeders voorgeslagen of het niet wenschelijk zoude zijn, eene commissie uit die vergadering le benoemen, die met die broeders in onderhandeling zouden zien te komen, om dan alle middelen tot hereeniging te beproeven zulks werd met de grootste meerderheid van stemmen goedgekeurd; alvorens men tot de benoeming dier commissie overging , werd eerst bepaald, dat de zelve volkomen volmagt van de vergadering zoude ontvangen, om in alles te handelen naar Godswoord en tot heil der kerk en dat die Commissie, hoe de zaak ook zoude uitvallen, uitdrukkelijk last zoude hebben op nieuw eene algemeene vergadering te beleggen, wordende de plaats waar, en de tijd wanneer, geheel aan de commissie overgelaten : zulks vastgesteld zijnde is men overgegaan , tot het benoemen dier commissie en zijn daartoe met volstrekte meerderheid van stemmen verkozen dd. J. Juch en N. Wedemeijer.

Bovengenoemde Commissie vervoegde zich te Zwartsluis bij de overijsselsche broeders, en na onderzoek bleek het hun, dat zij geensins scheuring, maar de eere Gods en bet heil der kerk bedoelden hun de gronden voorstellende, waarop men hereeniging zouden kunnen bewerken. Hierop besloot de commissie in overeenstemming met voornoemde broeders de vergadering te bepalen te Amsterdam en tevens algemeene kerkelijke aanschrijvingen te doen, ten einde de leeraars en kerkenraden uit le noodigen tot eene algemeene vergadering, overeenkomstig, den hun opgedragen last, om welke reden nu, was die vergadering onwettig ? was dezelve niet veeleer noodzakebjk ? immers ja! ? doch de Eerw. C. van den Oever was door zijne vrienden te Zwartsluis ten deele ingelicht, omtrent de punten waaraan voldoening vereischt werd, voorkomende in de Notulen van de 11. gehouden vergadering Abt. 18 en deze groote man, niet genegen zijnde yan zijne overtredingen belijdenis en het Ywlangen der

Sluiten