Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk. Pag. 10 schijnt de schrijver zijne aanbrengers te wantrouwen want •hij zegt: „als dat nu zoo is," dus schrijver twijfelt er aan en toch, hij gaat op dien wankelgrond voort, om verdeeldheid en scheuring aan te rigten, en nog wil daar de schrijver dat ds. Plug en Klinkert met de anderen belijdenis behooren te doen, over hunne commissie, die zij hadden moeten uitoefenen omtrent 's Hage volgens art. 8 en 9 Not. 1856 en 1857 doch in beide Notulen staat er geen letter van in. — Pag 11 klaagt de schrijver dat ds. H. van den Oever mishandeld is geworden over het prediken te Alblasserdam, doch men behoort op te merken, dat die leden te Dordrecht behoorden en dat Ds. N. Wedemeijer op den dag des Heeren niet verkoos dit loetelaten zonder zijne toestemming en H. van den Oever te trots zijnde om dit te vragen, zond een man die geen lidmaat der gemeente was eene Pijl, om dit te verzoeken en toen heeft ds. Wedemeijer dit geweigerd , evenwel is H. v. d. Oever doorgegaan en heeft er tweemaal gepredikt; maakte zich dus schuldig van in eens anders dienst te dringenziet daar de tweede brief waarvan men durft schrijven: Er is geen leugen

in!! Moet men niet denken dat 's mans geweten toegeschroeid is ?

Het derde punt der schorsing betreft de miskenning der kerk en hare regten; de schrijver durft zeggen: het derde punt is geheel valsch (zie Pag 21); maar is uit het geschrevene niet duidelijk dat C van den Oever de vergadering te Amsterdam miskend heeft? Voegt hier bij zijne antichristelijke handelingen in de zaak van F. Boers, daar hij immers, zonder dat verschil door de kerk te laten vereffenen, tot eenen smaad voor de kerk volgens 1 Cor. 6 zijne toevlugt neemt tot de wereldlijk magt en merken wij dan ten derden op, dat onwettig censureren en afsnijden van sommige leden te Rotterdam en 's Hage, waarvan wij geloovea dat er onder zijn, die den Heere vreezen en dat veelal zonder voorkennis der klasse, dan kunnen wij niet zien dat do vergadering gefaald heeft ZEw. ook omtrent dit punt te schorsen. Wat nu het vierde punt der schorsing betreft, namelijk de stoute veroordeeling van sommige broeders en bijgevoegde vioekspraken; dit is uit de Notulen en het voorgemelde te overvloedig bekend.

Ten derden wordt beweerd dat de schorsing een gevolg is van een vroeger gemaakt verdrag, welk het derde punt is van tegenspraak zie pag. 4,6, 18, 26, Pag 4 wordt gemeld, dat dd. J. Plug, D. Klinkert en J. Holster, reeds voor de Dordsche vergadering, zulk een verdrag hadden gemaakt; een verdrag zooals de schrijver pag. 6 gelieft le noemen het besluit (of liever goddeloos verdrag) van den Oever moet er uit of onder, zie ook pag. 18 en 26, doch ten eenenmale zonder grond.

Wel koesterden Ds. Plug en Klinkert voor lang de vrees, dat C. van den Oever 2ich aan het regt der kerk niet zoude onderwerpen en namen voor indien dit gebeurde, liever de vergadering te verlaten dan hun ge-, welen te bevlekken door instemming van onwettige handelingen; liever

Sluiten