Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht hem er af te Komen, dat het niet mogt en zij het hem niet toestonden; hierop staat de diaken A. de Later ooft op en verzocht hem hetzelfde,hem hierbij bedaard en innig toevoegende, dat het beter was bij zijne gemeente gebleven le zijn en dezen dag de gemeente hier niet te komen beroeren, zoo als hij meer gedaan had [doelende hiermede op vroegere handelwijzen van ds. H. v. d. O. in de gemeente, hoewel niet van dien aard, noglans in vele opziglen niet minder schadelijk. Hierop is ds. H. v. d. O. van den stoel afgekomen, met eerst naar hél getuigenis van de hoorders gezegd te hébben, „dat de kerkenraad het hem ,,niet toeliet het woord tot hun te spreken, maar dat hij nogtans tot hun dienst ,bleef" en is alzoo de kerk uitgegaan en in het uitgaan ontmoet door den diaken L. Kunst die hem nog deze woorden toesprak: „heb ik het U niet ,,gezegd ; ik heb u gewaarschuwd,'1'' verwekkende dit alles veel beweging op dit oogenblik in de gemeente en is uitgaande uit de kerk door sommigen gevolgd met deze woorden hun toesprekende (volgens sommigen getuigen) „„die mij lief heeft volge mtfmI Ziedaar de toedragt der zaak zonder iets af of toe ledoen bij weten van de ondergeteekenden, die ook vermenen volgens regt en pligt en overeenkomstig hun gemoed gehandeld te hebben, tot welzijn der gemeente om al zulke willekeurige handelinyen, die in de kerk niet behooren, ook als zoodanig te behandelen en diegenen die tegen of met voorbijzien van orders en instellingen der kerk hun eigen voornemen door willen dringen, dit te beletten en den weg af te snijden; — Niettegenstaande dit alles, dat de noodzakelijkheid bij zulk eene gelegenheid, ook zulk eene behandeling vordert, is het nogtans hun leed en betreuren zij hel, tot zulke uitersten loevlugt te moeten nemen en mogt er onverhoopt, in het een of ander zonden liggen, de Heere vergeve hun zulks! dit ligt buiten hunne opregle meening, die alleen is vrede en eendragl in de gemeente te bevorderen en te bewaren_ naar hun vermogen.

(was get.) L. AARNOUDSE.

J. van HIELE. A. de LATER. L. KUNST. C. GUNST.

Pag. 33 vrordt een tafereel opgehangen van hetgeen ds. A. van den Oever te 's Hage le verduren heeft, de circulaire zegt; de vergadering is er oorzaak van; wijl de Ouderling Boers weder door dezelve hersteld is, wien men den raad heeft gegeven, de gemeente rond te gaan en de leden af te trekken en verdere ongerijmdheden , die men daar opsomt; de Waarheid van die zaak is : Reeds voor dat de vergadering te Amsterdam gehouden was, had ds. Juch van onderscheidene leden uit 's Hage brieven ontvangen, inhouden de klaglen en ellenden die in de gemeente 's Hage plaats vonden; hierop is ds. Juch en ds. Gispen als commissie benoemd om de zaken aldaar te onderzoeken; ds. Juch is hierop door briefwisseling in minzame onderhandeling gelreden met de kerkenraad le 's Hage, met dit gevolg dat ds. Juch een brief van A. van den Oever ontving,met zoodanig bespottend adres en van zulk eenen schandelijken inhoud, als

Sluiten