Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dien bepaalden Christelijken zin, gegrond op Mat*. XXIII : 8 Broeéers kannen noemen; dodh die bij de onvrede lmns gemoeds zich weerhielden, om welke oorzaken dan ook, hnnne stemmen te verheffen?—Ja dan moeten wij in Uw verlangen deelen en de verschillende oorzaken betreuren die de Broederen hebben weerhouden. Allen, voor zoo veel de adressanten er mede in broederlijke znmensprekingen zijn gekomen, misprijzen Uw genomen besluit, en hierin is de Geest des Heeren de Werkmeester van een en hetzelfde gevoelen : doch om opentlijk het kwaad te bestrijden, is onder de Broederen verdeeldheid van meening, wier oorzaken wij, om der liefde wille, willen bedekken.

•Doch zijn de door U bedoelde *nog anderen" dezulken waarvan bij § d Uwer consideratien sprake is, dan verklaren wij dat de onderteekenaren door U zijn miskend, daar zij in geenen deele, op het gebied van den Kerkelijken^ strijd, Willen gelijk gesteld worden met mannen, wier beraden overtuiging en standvastigheid van karakter, ijnregt tegenover dat der adressanten staat, en wenschen, bij eene maatschappelijke zamenleving' overigens, onze innigste overtuiging en Kerkelijk standpunt, om eenen sbhijuvrede geenzins te vermengen met de tegenstanders onzer gevoelens.

TJ Wel EerW. moge dit als bekrompenheid achten; en ons daarom nog niet als op de hoogte beschouwen, Wij achten ons, uit dat oogpunt beschouwd, door U miskenning ten deze te zijn aangedaan; terwijl Wij tevens ruimschoots stof zouden kunnen vinden U; aan te toonen , dat in verscheidene oorden des Vaderlands de invoering der Toga tegenstand heeft ontmoet; — niet uit een kleingeestig vooroordeel tegen het kleed zelve, maar op dezelfde gronden, als wij hierna als de onze zullen ontwikkelen.

• Ziedaar M. H.! de opvatting van den drieledigen zin, welke wij. vermeend hebben uit Uw antwoord, aan den Kerkeraad gegeven, te moeten afleiden.

•Veroorloof ons thans over te gaan tot de ontwikkeling Uwer consideratien, die tot dat antwoord aanleiding hebben gegeven.

•Wij stellen- dezelve:

Sluiten