Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij, die niet onbekend zijn met de geschiedenis der Nederduitsche Hervormde Kerk in de laatste jaren, weten, welke noodkreten door Leeraars en leden uit vele oorden des Vaderlands zijn opgegaan.

De een vraagt den ander als om strijd: „Broeders, wat „nu te doen ?" en die vraag wordt met dezelfde wedervraag beantwoord.

Doch wat baat al het schrijven en protesteren, indien het met geene daadzaken gepaard gaat? Zal het wel eenigen invloed uitoefenen, als men bij eene bestrijding aan den eenen en een toegeven aan den anderen kant, zijnen vijand beurtelings aanvalt en wederom streelt? Voorzeker neen! en juist daarin ligt de stoutmoedigheid der Hooge Kerkbesturen. Het is beter geen' dan een' halven maatregel te nemen en die onstandvastigheid in het gedrag der Middelburgsche Predikanten tegenover het Hooge Kerkbestuur niet alleen, maar ook in het stilzwijgend toelaten eener ongereformeerde leer in hun midden, is de drijfveer van al het gebeurde in onze dagen.

Wat blijft er nu over voor de protesterende gemeente-leden, terwijl hunne Leeraren zich aan den eenmaal vrijwillig gekozen strijd onttrekken? Zullen zij hun voorbeeld volgen ? Daartoe zijn zij te ver gegaan, en is een terugtrekken te minder mogelijk geworden bij de miskenning der strijdvoerende gemeente-leden.

Opentlijk werden zij van den kansel als scheurmakers uitgekreten. Ja bijna iedere prediking werd ingerigt, om hen tegenover eene voor het meerendeel onverschillige schare in een kwaad daglicht te stellen.

Het is voorzeker gemakkelijk de strijdvoerders het zwijgen op te leggen, en hen daarna van den kansel op eene duchtige wijze aan te tasten.

Sluiten