Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot dat einde werd eene onderhandsche inschrijving geopend , een kapitaal huis aangekocht en ingerigt voor Kerkgebouw 5 terwijl inmiddels het navolgend adres aan Z. M. den Koning, het geërbiedigd hoofd van den Staat, werd ingezonden.

*Aan Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg enz. enz. enz."

«Sire!

«Gedachtig aan het Woord der Waarheid: «alle magt is nit God," en aan dat daarnevens: «Vreest God en eert den Koning," nemen de ondergoteekenden de vrijheid dit adres tot Uwe Majesteit te rigten.

«Het onderwerp belangrijk van aard en gewigtig zoo voor den tijdgenoot* als voor het opkomend geslacht, eischt de belangstelling van eiken waren Nederlander, die in Oranje sints'iiet jaar 1540 het stamhuis erkent, waarin de Heer der Heeren Nederland ten zegen was.

«Immers, Hervorming en Oranje zijn in dat land twee zaken door eenen onziglbaren, onverbreekbaren band aaneengesnoerd en gestaafd door de geschiedenis die duidelijk bewijst dat zij onder den zegen van den God des Verbonds op dien bodem gelijktijdig zijn ontkiemd, zij elkander hebben gedragen en met en voor elkander gebeden, geleden en gestreden heeft; - Waar zoo een band is gelegd, is geene magt in staat die te verbreken.

«Met de overtuiging in het hart, dat het de Heere God was, die Oranje van toen, als het werktuig bezigde om Zijn Verbonds volk

uit God of uit de menschen enz. — door K. J. Pieten. D. J. van der Werp. J. R. Kreulen, Leeraars te Franeker, Lioessens en Hallam is ten jare 1856 uitgegeven te Franeker bij T. Telenga, wordt den belangstellenden lezer tot een ernstig onderzoek aanbevolen.

Sluiten