Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vraa»t gij: verlangt gij dan zoo naar den dood? Soms zal ik deze vraag toestemmend, soms ontkennend beantwoorden. Ik draag een hart om, dat vaak vol is van de wereld, en soms wordt ik van binnen bezocht door gasten, die vroeger bij mij inwoonden, maar nu om den hoek komen kijken, doch. dikwijls zóó sterk zijn, dat ze er in dringen, en dan ben "ik wel geneigd om ze een stoel aan te bieden, om te gaan zitten; en als ik dan in dien toestand ben, dan zou ik nog wel honderd jaren willen leven en stel den dood zoo v§r af als mogelijk is.

Op andere tijden, als ik kracht ontvang, want als ik ze niet krijg van Hem, die gezegd heeft: „Mgne kracht worde in uwe zwakheid volbracht," dan heb ik ze niet. Maar als ik ze krijg, dan jaag ik al die vreemde gasten de deur uit; dan word ik ontledigd; dan komt de Heere in, en dan mag ik vaak met Paulus getuigen, dat het beste is om ontbonden te wezen en met Christus te zijn.

Dan mag ik vaak ondervinden, dat de Heere het mg hier moede wil doen worden, en zucht ik: „Kom haastig, Heere Jezus!"

Op andere tijden wil ik met geweld weg. De zonden maken het mij bang, — niet die naar buiten uitbreken; tot hiertoe heeft de Heere mij daarvoor genadig bewaard, en ik bidde, dat Hij mij tot den einde toe zal bewaren, — maar die bedorven fontein, binnen in mij, welt nooit anders op dan vuilheid en onreinheid.

Soms maken mgne vijanden van binnen en van buiten het mij zóó bang, dat ik ze wel ineens zou willen ontloopen, en heb ik verdriet in mijn leven vanwege de dochteren Heths.

Soms is Benjamin mij als een doorn, in plaats van een geurig bloempje, en heb ik verdriet van hen, die ik in Christus liefhebbe, — als mgne vermaningen en raadgevingen vallen als op het gebergte Gilboa, zonder dauw en zonder regen, mijne bedoelingen verkeerd worden uitgelegd en mgne liefde en toegenegenheid aan bijoogmerken worden toegeschreven.

Soms heb ik het meest verdriet van mijzelven, want dat

Sluiten