Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar aan den voet van Christus' kruis moge nederleggen en mij weder als opnieuw aan Hem moge verbinden; dat het verbond weder moge worden vernieuwd en ik daar moge nederzitten om uit te rusten van den strijd; dat ik met een Johannes moge liggen aan 's Heilands borst en in Zijnen schoot; dat ik moge eten en verzadigd worden, want de weg zoude voor mij te veel zijn.

O! ik dacht daarbij nog aan mijne zuster Maria. *) Hoe gevoelde ik mij met haar in den Geest vereenigd. Ja! —■ dacht ik — g ij triomfeert, maar i k moet nog strijden en zwoegen; strijden tegen de wereld, tegen de vijanden, tegen de geestelijke boosheden. Maar daarvoor geeft de Heere mij ook de wapenrusting Gods, om te kunnen staan tegen de listige omleidingen des Satans.

De Heere heeft mijne ziele gelaafd en verkwikt aan Zijn heilig Avondmaal, en hoewel ik naar het lichaam niet best gesteld was, toch voelde ik mij daar als henengetrokken om in den geest met Jezus aan te zitten.

O! dat staren op dat kruis, — dat wordt men niet moede; elke nieuwe blik daarop geeft nieuw» leven en verheuging des geestes. Daar hield ik in den geest Avondmaal met de bruiloftsgasten Daarboven, die aanzitten aan de Bruiloft des Lams. Ik zag met het oog des geloofs over Golgotha heen naar den Olijfberg en van daar, door lucht en wolken, naar dat hemelsch Eden. Geheel was ik mijzelve weêr kwijt; met alles had ik vrede, behalve met de zonde. Al mijne zonden, mijne gebreken, mijne ontrouw, mijne ondankbaarheid, — ik mocht ze daar bij dat kruis weder neêrleggen; ik mocht daar de verzoening over dat alles weêr aan mijn hart ondervinden, om daarna de donkere toekomst met Jezus weêr tegemoet te gaan en Hem te volgen, waar Hg wil, dat ik nog gaan zal."

*) Zie de Premie op de „Honigdroppels" voor 1888.

Sluiten