Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smaak en de bloem aan haren reuk kent, alzoo kent men den Christen aan de liefde." En terecht. Want waar de liefde ontbreekt, — daar ontbreekt ook het kenmerkend vereischte van den Christen; daar ontbreekt de waarachtige vernieuwing des gemoeds; daar ontbreekt ook het krachtigst, het edelst, altijd werkzaam beginsel van goede daden. De waarachtige liefde, die uit God is, in den mensch, — voor die liefde is niets te zwaar, geen opoffering te groot, geen lijden te lang, als het heil van medestervelingen er door bevorderd kan worden. Maar zij is ook het edel beginsel van al onze handelingen; zij dringt ons om elke gelegenheid tot weldoen aan te grijpen en op te zoeken, om vooral dan, als geen menschenoog ons ziet, als er eer noch voordeel mede te behalen is, ten nutte voor anderen werkzaam te zg'n. En zonder die liefde, — men moge zich voor een Christen uitgeven of als zoodanig gekend willen zijn, — dezulken zijn, volgens hét woord van den Apostel, een klinkend metaal en eene luidende schelle gelijk geworden. Zonder die liefde komen zij in het Godsrijk niet.

Ja, God zal ieders werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad. En daarom driewerf gelukkig — en dit zij of worde ons aller deel! — driewerf gelukkig degenen, die in de schuilplaats des Allerhoogsten zg'n gezeten! Die zullen vernachten in de schaduw des Almachtigen. Die zullen tot den Heere zeggen: „Mijnetoevlucht en mijn burg! Mijn God, op wien ik betrouw!"

Wanneer we een God voor ons hart hebben, o! dan valt ook het zwaarste licht; dan moeten wg' zeggen: „Zijn juk is zacht, en Zijn last is licht."

Dikwijls heb ik voor bergen van bezwaren gestaan. Dan zei ik: „Daar kom ik nooit over; hier kom ik om." — En als het oogenblik daar was, dat ik dien berg zou beklimmen, dan was hij voör mijne voeten weggeruimd; dan was de weg vlak. Evenals de vrouwen bij het graf, vroeg ik meermalen:

Sluiten