Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mij aangaande, 'tis mijn lust, 'tls mijn goed en zielerust, Met mijn God alleen te leven, En de wereld uit het oog, En het harte opgeheven,, Van beneden naar omhoog.

Mij aangaande, 's werelds kind! Die uw vreugd en leven vindt In de zonde en ijdelheden, Ik verkies een ander goed; 'k Ben niet met uw deel tevreden, Al uw zoet is mij maar roet.

Mijne lichaamssmarten zijn soms zóó ondraaglijk, dat ik, al» er een oogenblik van verademing gekomen is, geheel uitgeput ben. Dan roep ik maar in mijn binnenste tot Hem, die mij in Zijne ondoorgrondelijke wijsheid die pijnen toezendt. „Kan het zijn, Heere! verlicht mijn lijden! Doch oordeelt Gij dit schadelijk voor mij, ach! hoor mij dan maar niet." Ik wil lijden, en ik moet lijden, en ik acht het eene groote genade, dat ik nog op die kruisschool van Jezus ben. Dan ondervind ik de waarheid van het woord, dat de Geest voor ons bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen; en wanneer die verzuchtingen uit het hart opwellen, dan gevoel ik, dat ze opstijgen tot boven lucht en wolken. Dan is het of ik mij met eeuwige armen omklemd voel. Zijn vriendelijk aangezicht matigt den gloed van het felste vuur,- en de hand, die sterk is om te slaan, is nog sterker om te verlossen. Mijne beproevingen zullen niet verder gaan dan de Heere die volstrekt noodig acht. O! in tijden van druk, dan leert men zijn Bondgod het best kennen j dan weet de Christen wat hij aan zijn God heeft, wat hij aan een Verlosser heeft, die tevens God is.

En wat ik nu onder al dat lijden en onder al die ver-

WÉBSBËÊ

Sluiten