Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven wij Hem eene plaats in het hart, — wat zeg ik! — neen, dan ruimen wij Hem het geheele hart in, want Hij heeft aanspraak op ons hart en leven. Aan Hem moeten al onze krachten en vermogens worden gewijd. Hij is nog dezelfde als toen ik voor de eerste maal tot Hem kwam. Hoe dierbaar was Hij! Alles verdween in mijne schatting. Onverzadelijk was ik in 't aanschouwen van Zijne uitnemende liefde, en d» liefde is nog niet in het minst bekoeld. Zijn vermogen is nog niets verminderd. Heb ik mij te schamen wegens koelheid en ontrouw, - in al dien tijd, dat ik de Zijne was, bleef mijne hoop op Hem gevestigd, en - ik ben niet teleurgesteld. Zijne beloften, — ik heb ze bevonden Ja en Amen te zijn, en ook hierin moet ik uitroepen: „De helft was mij niet aangezegd!" - Jezus is een Vriend in nood. Eiken dag nujns levens mocht ik de sprekendste bewijzen ontvangen van Zijne onveranderlijke liefde en trouw. O! dat meêdoogend opzoeken, als ik weêr van Hem was afgeweken; als ik som* moest klagen:

Gelijk een schaap heb ik gedwaald in | rond, Dat onbedacht zijn herder heeft verloren.

Wat heeft Hij menigmaal gevraagd naar de reden mijner treurigheid! Dat Goddelijk troosten, dat beschikken van zoovele dingen, die mij medewerkten ten goede, terwijl ze in mijne oogen tegenstrijdig waren, - neen, ik kan er slechts van stamelen. En gij, mijne ziele! beschouw uzelve in dat licht en roep uit: „Ik kenne Hem, aan wien ik mij heb toebetrouwd. Ik zal u hartelijk liefhebben, Heere! mijne Sterkte!"

„Alzoo zegt de Heere Heere: Ik zal ook van den oppersten tak des hoogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een teedereu afplukken, denwelken Ik op een hoogen en verhevenen berg plaatsen zal. Op den berg der hoogte van Israël zal Ik hem planten; en.

Sluiten