Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den stillen nacht, als de slaap onze oogen ontwijkt, er over nadenken: wanneer wij dan, denken aan hetgene vervlogen is, en met schreijende oogen en weemoedige harten, bijna van God zouden terug vragen, hetgeen wij eenmaal bezaten, en wat Hij ons ontnam; als wij dan' herdenken aan vervlogene dagen van geluk en liefde; aan uren die ons zalig waren; als wij dan bijna moedeloos het hoofd zouden ten hemel heffen, om te klagen over het ten deele zijn van al het aardsche, dan denken wij toch ook aan de woningen des lichts en der onsterfelijkheid, waar de adel der menschheid hergeven zal worden, waar zoo veel wat ons hier ontzonk, maar ons eeuwig dierbaar bhjft, ons verbeidt; waar het volmaakte zal gekomen zijn, en hetgene ten deele was zal worden te niete gedaan, dan zweeft een Geest Gods om ons leger,' en zonder de veelheid onzer beenderen te verschrikken, of onze harren te berge te doen rijzen, fluistert hij ons zachtelijk toe: > Het zal niet eeuwig duren : Zoon des stofs, houd moed! Het woord Gods blijft in eeuwigheid."

III.

Nog weinige oogenblikken slechts, mijne vrienden! en de laatste rede is in deze genootschappehjke vereeniging uitgesproken en ieder woord dat ik uitspreke is als het ware een seconden wijzer, welke haar hare ontbinding nader voert; maar zegt het mij, of gij bij het scheiden eene heeriijker spreuke kunt uitdenken dan deze:

3 •

Sluiten