Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: zoo zeg Ik u ook niet door wat macht ik deze dingen doe."

Het is mogelijk dat de vraag op den omslag van dit werkje, uit gelijke oorzaak voor velen hedendaags eene even netelige zijn zal. De kinderdoop, is die uit God of uit de rnenschen? Is u echter die vraag ernst, waarde lezer; is het u om de waarheid en de eer van God te doen? dan behoeft u dezelve niet in verlegenheid te brengen; want hoezeer ook in betrekking tot het sacrament des doops door velen de raad Gods (Luk. 7: 39) verduisterd is met woorden zonder wetenschap—voor den opregten gaat het licht op in dei duisternis. Laat ons dan, onder biddend opzien tot Hem, die ons in alle waarheid leiden wil, Zijn Woord, dat de waarheid is, ter hand nemen, want dat alleen is voldoende en afdoende tot beantwoording van deze gewigtige vraag. Maar laat ons niet wijs zijn boven hetgeen geschreven is, want: "Alle rede Gods is doorlouterd. Hij is een Schild dengenen die op Hem betrouwen. Doet niet tot Zijne woorden; opdat Hij u niet bestraffe en gij leugenachtig bevonden wordt." Spr. 30: 5, 6.

De doop van Johannes was uit den hemel, en niet uit de menschen; God had hem gezonden om te doopen. (Joh. 1: 33). De doop is derhalve geen nabootsing van, of ontleend aan den Joodschen proselieten doop, ge lijk eenigen beweerd hebben. "Het woord Gods geschiedde tot Johannes, den zoon van Zacharias in de woestijn, en hij kwam in al het omliggende land der Jordaan predikende den doop der bekeering tot vergeving der zonden." (Luk. 3: 2. 3). Groote scharen gingen tot hem uit, en werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hunne zonden. Ook velen der Farizeen en Schriftgeleerden kwamen tot zijnen doop, maar niet als boetvaardige zondaren; integendeel, zij betrouwden bij zichzelven regtvaardig te zijn, en de bekeering niet van noode te hebben, maar zij roemden en steunden op hunne afkomst van Abraham. Maar Johannes riep hun toe: "Gij adderengebroedselsl wie heeft u gewaarschuwd den toekomenden toorn te ontvlieden? Brengt dan vruchten voort der bekeering waardig! En meent niet bij uzelven te zeggen: wij hebben Abraham tot eenen Vader; want ik zeg u dat God magtig is uit deze steenen Abraham kinderen te verwekken." In andere woorden: Gij zijt geen kinderen Gods, maar het zaad der oude slang; en hoewel gij naar het vleesch Abrahams zaad, en kinderen des verbonds zijt, zoo zullen u deze boetvaardige hoeren en tollenaars voorgaan in het koningrijk Gods; en tenzij gij u bekeert, en vruchten voortbrengt der bekeering waardig, zult gij den toekomenden toorn geens-

Sluiten