Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekeerden, leden dezer Gemeente geweest waren? Hoe kon hij verklaard hebben: "Zoo velen als'gij in Christus gedoopt zijt hebt gij Christus aangedaan" indien de kinderdoop bestaan had? Wat de Apostel met deze uitdrukking bedoelt zien wij uit Rom. 13: 12-14: "Laat ons dan afleggen de werken der duisternis en aandoen de wapenen .des lichts — niet in twist en nijdigheid; maar doet aan den Heer Jezus Christus, en verzorgt het vleesch niet tot begeerlijkheden." "En den nieuwen mensch aandoen, die naar God geschapen is, in ware regtvaardigheid en heiligheid" Ef. 4: 24. Het is daarom blijkbaar, dat alle leden dezer gemeenten, op de belijdenis van hun geloof in Christus gedoopt waren, en Christus hadden aangedaan, of Hem trouw gesworen hadden.

"Dewijl wij dan, broeders! vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op eenen verschen en levenden weg, welken hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door zijn vleesch; en dewijl wij hebben eenen grooten Priester over het huis Gods; zoo laat ons toegaan met een waarachtig .hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het ligehaam gewasschen zijnde met rein water, laat ons de onwankelbare belijdenis des geloofs vast houden, want die het beloofd heeft is getrouw" Heb. 10: 19-23.

"Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de langmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water. Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die eene aflegging is der vuiligheid des ligchaams, maar die eene vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus" 1 Pet. 3: 20,21.

Het is bijna overbodig nogmaals op te merken, dat hier, zooals overal in de Schrift, alleen van den doop der geloovigen gehandeld wordt. Het is onmogelijk deze plaatsen op den kinderdoop toe te passen. Het onderwijs hier gegeven, door den Heiligen Geest aangaande den doop, is geheel en al onvereenigbaar met het bestaan des kinderdoops! . Onze harten moeten gereinigd zijn van het kwaad geweten (dat ons verklaagt en met zonde bevlekt is) en dan moet het ligchaam gewasschen worden met rein water; en het bloed van Christus, (door het geloof Hand. 15: 9) die door den eeuwigen Geest zich zeiven Gode onstraffelijk heeft opgeofferd, kan alleen ons geweten reinigen van doode werken, om den levenden God te dienen.

De plaats in den brief van Petrus, wordt veelal verkeerd verstaan en

Sluiten