Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich het verbond met deszelfs zegeningen toegeëigend hebben, maken ook zij aanspraak op deze belofte? Heeft God ook aan hen eene talrijke nakomelingschap beloofd, en dat koningen uit hen zullen voortkomen?

De tweede belofte is: "Ik zal u tot eenen God zijn, en uw zaad na u."— Groot gewigt en nadruk wordt er gewoonlijk door onze broeders op deze belofte gelegd, alsof dezelve volstrekt in eenen geestelijken zin moet opgevat worden. Maar om in de verklaring derzeive den waren zin te vatten, kunnen wij gewis geen veiliger weg inslaan, dan door te onderzoeken hoe God deze belofte aan hen vervuld heeft; want het lijdt geen twijfel dat God gedaan heeft al betgeen hij bedoeld en beloofd had te zullen doen. Wij vinden dan dat God werkelijk het zaad Abrahams verkozen heeft boven alle andere volken der aarde als Zijn volk; en toen zij in Egypte onderdrukt en mishan leid werden, "hoorde Hij hun gekerm, en gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izaak, en met Jakob. En God zag de kinderen Israels aan en God kende hen." Hij zond Mozes tot hen en vernieuwde Zijn belofte aan hen: "Ik zal ulieden tot mijn volk aannemen, en zal u tot eenen God zijt; en gijlieden zult bekennen dat ik de Heer uw God ben. die u uitleidt van onder de lasten der Egyptenaren. En ik zal ulieden brengen in dat land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izaak en' Jakob geven zou, en Ik zal het aan ulieden geven tot een erfdeel, Ik de Heere!'' (Ex. 6: 6, 7). Hij maakte vervolgens een verbond met hen. Hij vertrouwde hun Zijn Woord, en gaf hun Zijn Wet. Hij rigtte onder hen Zijne zigtbare godsdienst op; en voorzag hén van vele voorregten en geriefelijkheden om tot zijne ware kennis te geraken, en Hem in waarheid te dienen en te aanbidden. Zoo zegt ook Paulus in antwoord op de vraag: "Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? Veel in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de woorden Gods zijn toebetrouwd". — Maar behoef ik te vragen, of dit volk bij al deze voorregten, in geest en in waarheid Gods volk was? Dat er ware kinderen Gods onder waren, wil ik niet ontkennen; maar het was bij vergelijking een gering getal; maar de geheele natie wordt Gods volk genoemd, en dit door God zeiven, en Hij noemt'zich hun God. Maar Hij getuigt van hen als een volk: "Het is een hardnekkig volk! Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben mijne wegen niet gekend. Want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het gansche huis Israels heeft de voorhuid des harten. Gij hardnekkigen en onbesnedenen \an hart eu ooren! gij wederstaat altijd den Heiligen Geest;

Sluiten