Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat' zij bet zegel nog niet ontvangen hebben, werden terug gebracht aan hare plaats, omdat zij zeer rond waren. Maar deze tegenwoordige wereld moet van hen afgehouwen worden, en dan zullen zij bekwaam zijn tot het koningrijk Gods. Want zij moeten ingaan in het koningrijk Gods, omdat Hij deze onschuldigen gezegend heeft. Ik, de Eigel der bekeering, acht u gelukkig die onschuldig zijt als kleine kinderen." (Smith's Infant Baptism, page 136) Christus heeft gezegd: "Op deze rots zal ik mijne gemeente bouwen", en Petrus zeide: "tot welken komende, als tot eenen levenden steen, van de menschen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar, zoo wordt gij ook zeiven als levende steenen gebouwd tot een geestelijk huis" enz.; en deze woorden zijn blijkbaar de grondslag van deze allegorie. Deze witte steenen (kinderen) waren nog niet door Gods Geest bewerkt en behouwen, en daarom nog onbruikbaar tot het bouwen der gemeente, en zij hadden ook het zegel des doops nog niet ontvangen; maar er is verwachting dat zij bekwaam gemaakt zullen worden, en ingaan zullen in het Koningrijk Gods, omdat hen de Heer gezegend heeft.— De gevolgtrekking is hieruit onvermijdelijk dat de kinderdoop nog niet bestond toen dit werk geschreven is in de eerste of tweede eeuw.

Dit blijkt verder ook uit het eerste verdedigingsschrift van Justinus den Martelaar,, gerigt aan den Bomeinschen Keizer Antonius Pius, omtrent het jaar 140, toen er nog vele Christenen in leven, waren die de Apostelen gekend hadden; in deze verdediging der Christenen geeft hij den Keizer het navolgende verslag aangaande den doop:

"Ik zal nu verhalen op welke manier wij, die door Christus vernieuwd zijn, ons zeiven God toewijden, omdat ik, dit nalatende, mogt schijnen in eenig opzigt verkeerd te handelen in dit berigt. Zoo velen als er overtuigd zijn en gelooven, dat de dingen door ons geleerd waar zijn, en belooven om overeenkomstig dezelve te leven, worden eerst aangewezen te bidden, en van God met vasten de vergeving hunnner vorige zonden te vragen, en wij bidden en vasten ook met hen. Vervolgens brengen wij hen aan eene plaats waar water is, alwaar zij dan wedergeboren worden, door denzelfden weg van wedergeboorte waardoor ook wij wedergeboren zijn; want zij worden dan gebaad in water, in den naam van den Heer God en Vader van allen, en van onzen Zaligmaker Jezus Christus, en van den

Heiligen Geest En nu aangaande deze zaak, hebben wij deze

reden van de Apostelen geleerd: omdat wij, onbewust zijnde van onze eerste geboorte, geteeld zijn door nooddwang en opgevoed zijn in kwade

Sluiten