Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gedurig noodzakelijk vonden tegen het uitstel des doops te waarschuwen. Pelagius waagde het zelfs niet om de juistheid er van te betwisten. Augustinus wees op de afwassching der erfzonde, als het bepaalde doel deszelven bij de kinderen: en door zijne voorstellingen werd deszelfs algemeene verbreiding bevorderd."

Deze eerste vermelding des kinderdoops door Tertulliaan, wordt gevonden in zijn boek De JBaptismo, Cap. 18, en gelijk Migné de verzameler van Tertulliaans' schriften, in zijne Aanmerkingen (Parijs 1834) verzekert, is dit werk gerigt tegen Quintilla, eene zoogenaamde profetes, die omtrent het jaar 200 hare dwalingen te Carthago verspreidde; gelijk ook blijkt uit het opschrift: Adversus Quintillam. Deze daadzaak bevestigt zijn standpunt, en bewijst tevens dat de kinderdoop van ketterschen oorsprong is. Tertulliaan zegt:

"Dat de doop niet ligtvaardiglijk behoort bediend te worden weten de bedienaars. "Geeft aan een ieder die er om vraagt, een ieder komt hem toe" alsof het een aalmoes was! "Ja zegt liever, geeft het heilige den honden niet, en werpt uwe paarlen niet voor de zwijnen! Leg niemand haastelijk de handen op,en heb geen gemeenschap aan anderer zonden!" Indien Filippus den Kameling onverwijld doopte, zoo laat ons bedenken

dat het onder de bijzondere leiding Gods geschiedde God, in Zijne

goedertierenheid schenkt Zijne gunst gelijk het Hem behaagt; maar onze wenschen mogen onszelven en anderen misleiden. Het is daarom zeer raadzaam om den doop uit te stellen, en deszelfs bediening te regelen naar den toestand, gesteldheid en ouderdom der doopelingen, en voornamelijk in het geval van kinderen. Want wat noodzaak is er, dat de borgen in gevaar gebracht worden? Dewijl zij zei ven door den dood in de vervulling hunner verpligtingen verhinderd, alsook door de ontwikkeling der booze natuur teleurgesteld kunnen worden. Het is waar, de Heer zegt, verhindert hen niet tot mij te komen; en laat hen komen, terwijl ze opwassen; laat hen komen en leeren en laat hen onderwezen worden tot wien zij komen moeten; en wanneer zij Christus kennen, laat hen belijden dat zij Christenen zijn. Waarom zou dit onschuldige ouder zich haasten tot de vergeving der zonden? Menschen handelen voorzichtiger in aardsche aangelegenheden; zoodat hier hemelsche dingen toevertrouwd worden aan zulken die men geen aardschen toevertrouwen zoude! Laat hen eerst heilbegeerig worden, opdat gij moogt geven aan zulken die schijnen te begeeren

Sluiten