Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen terwijl zij de gebeden hoorde doen; -soms'begon zij te schreijen, en soms kreeg zij krampen door de onrust baars gemoeds. Hare onwetende ziel als het ware gefolterd, gaf door teekenen, zoo goed als zij kon, de bewustheid der misdaad te kennen. Toen nu, aan het einde van de godsdienstoefening, de diaken de aanwezigen den kelk toediende, en nu ook de beurt aan het kind kwam, wendde het door een goddelijk instinkt het gezicht af, sloot den mond, en weigerde aldus den kelk. De diaken hield intusschen vol, en deed haar, in weerwil van de weigering, wat van het sacrament in den mond. Hierop volgde braken en overgeven; het gezegende kon niet in haren verontreinigden mond en buik blijven; de dronk, geconsecreerd in het bloed des Heeren, kwam weer uit hare bevlekte ingewanden te voorschijn. Zoo groot is do magt en majesteit onzes Heeren! De verborgenheden der duisternis werden door Zijn licht ontsluierd! Zelfs onbe kend gebleven zonden konden den priester Gods niet bedriegen! Dit voorval gebeurde uet een kind dat te jong was om de misdaad te openbaren, die een ander aan haar begaan had.' *)

Augustinus wijst niet slechts op hetgeen ten tijde van Cipriaan gebruikelijk was, maar beweert ook stoutelijk dat h. t genieten des avondmaals noodzakelijk is voor kinderen, opdat zij het e( uwige leven hebben mogen. Hij steunt hierbij op Joh. 6: 35, en vraagt: "Durft iemand zoo stout zijn te zeggen, dat dit geen betrekking heeft op kinderen, of dat zij het leven kunnen hebben zonder Zijn ligchaam en bloed genoten te hebben?" t) Hij herhaalt deze bewering in zijn redetwisten met Pelagius, alsook in zijne andere schriften. Paus Inocent, zijn tijdgenoot, stemde hierin met hem overeen; want in zijne brieven aan Augustinus beweert hij de noodwendig heid des kinderdoops, met de volstrekte noodzakelijkheid dat zij het vleesch des Zoons des menschen eten, en zijn bloed drinken moeten. +)

In eene andere plaats zegt Augustins: "De Christenen van Afrika noemen terecht den doop iemands zaligheid, en het sacrament van het ligchaam van Christus iemands leven. Van waar is dit, dan gelijk ik vermoed, naar de aloude en apostolische overlevering waarnaar de Christelijke kerken terecht houden, dat zonder den doop en deelname aan des Heeren tafel, niemand tot het koningrijk Gods, noch tot de zaligheid en het eeuwige leven komen kan. Indien dan noch zaligheid noch eeuwig leven te ho-

") Cipriaan Lib. de Lapais circa medinm.

+) Augustin de Peocator. Merrit, Lib. 1 Cap. 20.

;) Innocent Epist. 93 inter Epist. Augustin.

Sluiten