Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De verschijning van den Engel aan de herders.

Gods naam is Wonderlijk, al wat God doet is een wonder. Jezus was als een hulpeloos wicht geboren uit Maria, in doeken gewonden, nedergelegd in de kribbe, en de blijde moeder die, in stilte haren eerstgeborenen verzorgde, zal het zekerlijk niet vermoed hebben, dat de God des hemels en der aarde hem al dadelijk als den lang beloofden Verlosser, aan de wereld zoude bekend maken, en nogtans dat geschiedde, maar op eene geheel andere wijze, dan wij, menschen dat zouden hebben gedacht. Gods wegen zijn wonderwegen.

Die geboorte werd niet aangekondigd aan Herodes, niet bekend gemaakt aan Israëls oudsten, neen! aan eenvoudige herders, aan arme, geringe, onaanzienlijke menschen naar de wereld, die zich in diezelfde landstreek in het veld ophielden, om de nachtwacht over hunne eigene, hetzij, wat waarschijnlijker is, over aanvertrouwde kudden te houden. Weinig in de wereld beteekenende, hadden zij toch eenen schat, die deze- niet bezit, zij vreesden God, en in die duistere dagen, die zij in hunne kerk beleefden, zagen zij reikhalzende naar die verlossing uit, in elk gebed van den vromen Israëliet opgenomen: op Uwe verlossing kopen wij, o Heere! Waarlijk hier zien wij: God ziet niet aan, wat voor oogen is; alleen zij, die Hem vreezen, zijn Zijne gunstgenooten; Hij hoort hun geroep, en opdat wij dit ook nog opmerken, hoe eigenaardig, toen Hij, die zich de goede Herder noemde, die Zijn leven voor Zijne schapen zoude stellen, die als een Herder aan Israël was aangekondigd, Jes. 40 vs. 9, verschenen was in het vlcesch, waren het herders aan wien de eerste boodschap uit den hemel gebragt werd: uw gebed is verhoord, uw Verlosser is geboren!

Wat gebeurt er? Te regt roept Lukas, ons dit verhalende, onze gansche opmerkzaamheid in, door zijn verhaal te beginnen met het woordje: „Ziel! Ziet! zegt hij, een

Sluiten