Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen aan te hooren, of die uitwendig gevoelig worden en ons de bewijzen geven, dat zij onze woorden >niet met onverschilligheid opnemen: het is ons als of zij reeds hunne voeten gezet hebben op den weg des levens. Dat M. V., dunkt mij, hoe veel menschelijks en vleesschelijks er.ook nog onder vermengd is, hetwelk wij door genade van achteren eerst leeren zien en opmerken, komt toch in die oogenblikkon bij ons voor, hoeveel vreemd vuur wij ook op het altaar brengen, uit de liefde voor den Persoon van den Heere Jezus in onze zielen door den Heiligen Geest uitgestort. .Welnu! zoo, mogen wij ons voorstellen, maakten de herders alomme het woord bekend, hetwelk hun van dit kindeke gezegd was, of het den Heere behagen mogt,. zijn woord aan veler harte te heiligen. Zij betoonen eenen onverschokken ijver, eene heilige vrijmoedigheid om zonder vrees voor smaad, laster of verdrukking voor Jezus, zijne waarheid, zijne zaak en zijn heil uit te komen; zij vreezen nu geen mensch, die sterven zal of een kind des menschen, dat hooi worden zal, Jes. 5, vs. 7. Nog eens, zoo is het nog bij elk kind Gods, hij vergeet in die eerste dagen en tijden hoe hij zelve tot Jezus is gebragt geworden, het is alsof anderen het woord, dat wij spreken maar kunnen gelooven en aannemen , ofschoon wij bij eigene bevinding geleerd hebben, dat het geloof eene gave Gods is, en niemand iets-kan aannemen, tenzij het hem van boven geschonken zij, maar dat toch mogen wij in dien toestand met blijdschap opmerken, de zelfzucht en eigenliefde, ons zondige schepselen van nature zoo eigen, zij zijn in die oogenblikken door genade overwonneu, wij gunnen allen dan zoo hartelijk de zaligheid. Wij zouden dan zoo gaarne zien, dat zij Jezus zochten en vonden, vrienden en vijanden, huisgenooten en vreemden. Wij maken,dan geen onderscheid. Groot kan dan ons medelijden zijn met zulken, die het woord Gods verwerpen, daar wij de ellende eens zondaars gevoelen, die buiten Christus Jezus is en blijft.

Sluiten