Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engelen Gods in Ephrata's velden hen waren voorgegaan, ware het dan al niet met Engelen tongen, het kwam uit harten voort met den Heere vervuld. Geen enkel woord des Heeren was onvervuld gebleven, zij hadden dien lang beloofden en verwachten Verlosser Israëls met eigen oogen mogen aanschouwen, de Heere had op hen in ontferming en genade willen nederzien, en dat met voorbijgaan van zoo velen. Kan het prijzen en verheerlijken van den Heere M. V., wel anders bestaan dan in de verkondiging van Gods heerlijke deugden en volmaaktheden? Welnu, hoe zullen zij dan Gods goedheid, Gods eeuwige getrouwheid, Zijne liefde en genade in Zijn goddelijk welbehagen, om zulken, als zij waren daar mede te begunstigen, vermeld, geroemd en geprezen hebben? Ja! hier in vollen nadruk hoorde men der vromen tent weergalmen van hulp en heil hun toegebragt. Hier, in deze herders had God een volk dat Zijnen lof vertelde. Daarin wordt hierin de zaligheid genoten, wanneer de ziel in den weg der verlossing, door God alleen uitgedacht en daargesteld, om behoudens Zijne heerlijke deugden en volmaaktheden met snoode hellewichten als zij zich voor God erkennen, God ook alleen met ligchaam en ziel, welke beide Godes zijn, mag verheerlijken. Zalige schuld, roept dan de ziel met dien kerkvader uit, die zoo groot een heil heeft aangebragt. Neen! wij hebben ons beroep, onzen werkkring niet te verlaten als de Heere ons groote genade geschonken heeft, gelijk zoo velen gedaan hebben en nog doen, zonder rekenschap hunner roeping van God zei ven te kunnen afleggen, met de herders kunnen wij wederkeeren om in die betrekking, waarin God ons gesteld heeft, den Heere onder de onzen, over alles wat wij gezien en gehoord hebben te prijzen en te verheerlijken, en geeft God zulks met hart, mond en daden te doen, dan kunnen wij ook in de onaanzienlijkste betrekkingen naar de wereld winst doen voor het koningrijk Gods; meer winst misschien dan wanneer wij ons in eenen weg en in eenen roeping gedrongen

Sluiten