Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij schade moeten achten om de uitnemendheid zijner kennis. Bidt toch veel om doorbrekend licht en genade. Blijft het veel met vrijmoedigheid zoeken in het eenzame en verborgene, bij den geopenden troon van Gods genade om geholpen te mogen worden, en genade te mogen vinden ter bekwamer tijd. Nog zwijgt gij en durft gij er misschien tot niemand van spreken, maar o! als de Heere u de genade zal hebben geschonken, dat gij gedaante en heerlijkheid in Hem voor u zei ven hebt mogen aanschouwen, dan zult gij van Hem tot anderen moeten spreken. U, heilzoekende en bekommerde zielen, mogen wij toeroepen, dat gij Hem gewisselijk zult vinden, wanneer gij Hem ernstig blijft zoeken, nooit is er eene zondaar of eene zondaresse omgekomen aan de voetbank zijner genade. Van Jezus kunt gij immers niet meer weg blijven. Welnu, die tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Hij wil Zijne hand tot de kleinen wenden. Och! dat het dan maar zijn moge een haasten om Jezus te vinden, heden terwijl Hij u nog roept, dat er vele Maria's ook onder u mogen worden gevonden, die het woord dat zij heden hoorden in hunne harten bewaren en overleggen, velen, die maar dagelijks zitten mogen aan de voeten van Jezus, om van Hem alleen geleerd te worden, zulken zullen niet beschaamd uitkomen, maar de Heere Jezus zal zich zei ven aan hunne zielen openbaren, zoo dat zij Hem zien door het geloofsoog, en wederkeerende met blijdschap lovende en verheerlijkende God.

Ja! zoo zijn er onder u, M. V., die met de Herders die zalige tijden hebt leeren kennen, dat gij alomme moest bekend maken, de onmisbaarheid, de dierbaarheid, de noodzakelijkheid van den Heere Jezus, dat gij van Hem tot maagden en vrienden, ja zelfs tot vijanden moest spreken, en dat met eene groote vrijmoedigheid, met de eere Gods voor oogen, en alleen het heil van arme zondaars bedoelende, dat gij Jezus moest aanprijzen, en met medelijdende zielen

Sluiten