Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren zou laten weten, indien men hem niet langer wilde. Die bepaling wilde men weg hebben. Niets hielp het, er tegen te praten. 'De president zeide dat hij de vergadering wilde sluiten en dat de zaak vooreerst maar eens moest blijven zitten. Men was er blijkbaar nog niet rijp voor. Maar ■daar komt een lid van den kerkeraad op hem afschieten en zegt: Dominé, de boel gaat over de kop! Kortom op last des kerkeraads moest de president voorstellen om den regel in 1892 voorgesteld te houden. Dit werd afgestemd. Nu werd besloten om terug te keeren tot zoo het vóór 1892 was. En hoe was het toen? 't Was toen zóó, dat men op de jaarsvergadering vroeg of men den onderwijzer langer begeerde of niet, zonder opgaaf van redenen. Hierop stelt de kerkeraad voor den meester te houden. Dit werd afgestemd en daarentegen besloten om den meester zijn ontslag te geven!!! Denk hier nu bij, dat het getal, wat overwicht in de school lei bij deze stemming bestond uit doopleden, die nooit iets aan de school gaven of kinderen er heen stuurden.

Dit lieten de eigenlijke schoollui zoo maar niet gelden, maar als een paddestoel verrees eensklaps een vrije School Vereeniging. Zij bouwde een school, nam den onderwijzer voor hare kinderen in hare school. Klaar was de zaak!

Doch nu komt de andere partij weer met een protest op den kerkeraad, inhoudende, dat de kerkeraad die vrije school zal opbreken, de stichters tot belijdenis brengen, de kinderen weer naar de oude school dwingen. De kerkeraad kon het over dit protest niet eens worden. Ik had mij nog tamelijk onzijdig gehouden. Nu echter achtte ik spreken plicht en verklaarde, dat dit protest onmogelijk kon uitgevoerd worden. Nog drie broeders van den kerkeraad dachten evenzoo. De anderen wilden op dit protest ingaan. Daar stonden wij 4 tegen 4. Geen stap konden wij verder komen, 't Eenige wat restte, was de hulp van een naburigen kerkeraad in te roepen.

Doch zie wat er gebeurt? 's Daags hierop is het Classis, Mei 1, 1893. En op die Classis waren dezelfde lui met hetzelfde protest, wat gisteren avond voor den kerkeraad geweest was. Hoewel er geen woord op den lastbrief stond, en ik der Classis afried om vooralsnog hierin te gaan roeren, besloot ze nogtans om een commissie van vijf personen te zenden, Dss. Hulst, Sevensma'en Smidt, en Oudl. Van Bree en Kruidenier. Maar o wee! Na een geheelen dag (Mei 16) gearbeid te hebben, moest deze commissie vruchteloos de gemeente vergadering uiteen laten gaan, bij monde van Ds. W. Smidt haar den vloek des Heeren aangekondigd hebbende. Nu zou de commissie de zaken in den kerkenraad nog

Sluiten