Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofsleven raken, dan moet ik zeggen, dat ik het heerlijke van dat „leven door 't geloof' maar volstrekt niet kan. ontdekken, als men „ja" zegt waar men „neen" moest zeggen, zooals b.v. met het afgeven van attesten en attestaties en meer dingen van dien aard, te veel om op te sommen; en dat alles ter wille van de besturen tegen eigen overtuiging in.

Wat dunkt u, waarheidlievende lezer ? Als men zoo handelt, wat dunt u , is dat wandelen door 't geloof ? Zou dat Gode welbehagelijk zijn ? Of heiligt het doel de middelen ? 't Schijnt wel dat de schrijver van „Losse Blaadjes" naar het „Opportunisme" overhelt. De schrijver zegt verder: „Wij spanden al onze krachten in om „onze kerkelijke organisatie in overeenstemming te bren„gen met onze beüjdenis, en dit zou zeker duidelijker aan „het licht zijn getreden, ware niet ter onzaliger ure onze „slagorde gebroken, door den Demon van hoogmoed, „nijd en twistgierigheid."

De schrijver wijdt in heel deze beschouwing geene gedachte aan Hem, die ter rechterhand Gods zit, voor Wiens oog niets verborgen is en Die Zijne gemeente regeert en beschermt; Die gezegd heeft: „Mijn raad zal bestaan en Ik zal al mijn welbehagen doen." AJs onze berekeningen te kort schieten, dan mogen wij wel eens vragen of die berekeningen 't Woord Gods of enkel de wenschen van 't eerzuchtig eigenlievend hart ten grondslag hebben. Eindelijk — ja toch, de lading moet gedekt — van ganscher harte, zoo zegt de schrijver, stem ik toe: „Wie mij gebiedt is Christus alleen. Met geen anderen Heer hebben wiï te maken dan met Hem."

Maar gij hebt nochtans te rekenen met een andere macht. Gij hebt te rekenen met eene anti-christelijke macht, die dezelfde, zoo niet meerdere rechten heeft dan gij ! Die macht in de Herv. Kerk moet gij eerbiedigen! Die macht is heerschend; gij moet haar gehoorzamen ! Of kunt ge misschien twee tegenover elkander staande machten, met tegenover elkander staande eischen, gehoorzamen ?

Maar, de schrijver vat moed, zeggende: „Gods Almachtige genade zal hen voor wankelen behoeden". Ik vraag u, met den grooten apostel der Heidenen: „Zullen wij

Sluiten