Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de Reformatie verzet, op eene wijze zooals de ons welbekende schrijver dat doet, daardoor, zich dit bewust of niet, een dienaar der Synode wordt. Voor zulke dingen evenwel hebben zij, die nu eenmaal besloten hebben, tot welken prijs dan ook, in de synodale organisatie te berusten , en om die reden vijandig staan tegenover het werk „der Reformatie", geen oog. De doleerenden worden door hen met blijkbare minachting, naar de vroeger reeds gescheiden broeders verwezen, om schuldbelijdend aan hunne voeten neer te zinken. En geen wonder. Als men zoo alles naar den mensch berekent, dan eindigt men ook in den mensch. Wij hebben ons echter te verootmoedigen voor God. Schuldbelijdend neer te knielen voor den troon der genade, met de bede: „Laat Uw werk, o Heere, aan Uwe knechten gezien worden, en bevestig Gij over ons hetgeen Gij gewrocht hebt in het midden der jaren". Dat buigen voor den mensch is niet naar 's Heeren wet; wij moeten buigen voor God. Bovendien nog, als „de Christelijke Gereformeerden" zulk een knieval eischten, zouden zij dan niet daardoor het werk van 1834 tot eenvoudig menschenwerk verlagen?

Immers, als dat werk „der Afscheiding" uit den mensch is geweest, dan ook komt de eere er van aan den mensch toe; is echter de hand van den Reformeerenden Heer daarin geopenbaard, dan komt de eere alleen toe aan God. Zoo iets laat zich dus van die zijde niet wachten en is ook niet noodig.

Na al zijne onstichtelijke ontboezemingen, komt de schrijver van „Losse Blaadjes" eindelijk tot de erkenning: „Christus alleen moet gehoorzaamd worden." Hoe treffend juist veroordeelt de schrijver, door de erkenning dezer waarheid, zijn eigen maatstaf, als onzuiver en niet naar den wille Gods.

Indien nu Christus alleen en in alles gehoorzaamd moet worden, zeg mij, waarom doet men het dan niet, waarom kiest men dan eene andere vrijheid, dan die, met dewelke Christus ons heeft vrijgemaakt ? Of vermogen wij, nietige stervelingen, Gode de wet voor te schrijven? Hem voorwaarden te stellen, waarop wij Hem in alles zullen gehoorzamen ? Waarheidlievende lezer! huivert gij niet bij zulk eene gedachte? Huivert gij niet, als gij

Sluiten