Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Indien er twee pensioenen uit te betalen zijn, zullen de renten van het kapitaal en een vierde deel van de contributiën tot kapitaal worden opgelegd, en de overschietende gelden tot de twee pensioenen gebruikt .worden.

c. Indien er drie -pensioenen te betalen zijn, worden alleen drie vierde deelen der renten tot kapitaal opgelegd.

d. Indien er vier pensioenen te betalen zijn, wordt slechts een achtste deel der rente opgelegd.

e. Indien er vijf en meer pensioenen te betalen zijn , worden daartoe gebruikt al de contributiën, en al de renten, en bovendien de gelden , die uit de boeten , in artt. 14 , 21, 22, 33 bepaald, voortvloeijen.

Abt. 25.

Het kind of de gezamenlijke kinderen van een Lid der Beurs, aanspraak hebbende op het genot van dit Fonds, zal of zullen, na het overlijden van beide de ouders, jaarlijks een pensioen ontvangen gelijk aan dat eener weduwe, tot dat zij gekomen zijn tot gevestigden stand, in den zin van Z. M. Besluit van 2 Junij 1828, N». 28; mits zij blijven bij de belijdenis der Hervormden.

Art. 26.

De nitkeering der pensioenen aan weduwen en weezen neemt een aanvang na het einde van het jaar van gratie, en wel op den 1 Maart, den 1 Junij , den 1 September en den 1 December. Het afstand doen of de afkoop van het gratiejaar verandert deze bepaling niet.

Art. 27.

De uitbetaling der pensioenen geschiedt éénmaal in het jaar, in de maand Maart.

Art. 28.

Wanneer eene weduwe hertrouwt, of tot eene andere belijdenis overgaat , dan die der Protestanten , of als zij sterft zonder kinderen na te laten , vóór den 15 Maart, zal het haar toekomende pensioen vervallen ten voordeele der Beurs, en tot kapitaal worden opgelegd. Doch, ingeval zij sterven mogt en kinderen nalaten, die nog niet gekomen zijn tot gevestigden stand, in den zin van Z. M. Besluit van 2 Junij 1828, N°. 28, en voor wie geen deel genomen is, zullen die kinderen het aandeel der moeder genieten, berekend tot op den dag van haar overlijden. Art. 29.

■ Het berigt van het sterven van hem of haar, wier dood aanspraak geeft op pensioen of nitkeering voor weduwe of wcezen, moet, met opgave van den dag des sterveus, vrachtvrij gezonden worden aan den administrerendeu Quaestor.

Art. 30.

De belanghebbenden zullen, nadat hun door den administrerenden Quaestor het bedrag van het pensioen is berigt geworden, tegen behoor-

Sluiten