Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer bekwamen, dan voor elk als hoogste uitkeering m den loop der 5 jaren is vastgesteld.

De uitkeering geschiedt jaarlijks, tegen behoorlijke kwitantie, in twee termijnen, te weten, in het laatst van de maanden Januarij en Julij.

ART. 17.

De aanspraak der deelgeregtigden, eener weduwe of der weezen van hen, die bij hun overlijden leden der Weduwenbeurs waren, gaat in met het eindigen van het annus gratiae of van het sterfkwartaal.

Bij het overlijden van emeriti begint de uitkeering met den eersten dag der maand, waarin de uitbetaling van het pensioen ophoudt.

Bij de eerste uitkeering aan weezen zal eene geboorteakte van het jongste deelgeregtigde kind door belanghebbenden worden overgelegd, en bij elke volgende uitkeering eene attestatie de vita, door een predikant of den kerkeraad der woonplaats af te geven.

Ook zal van weduwen, behalve eene attestatie de vita een bewijs of eene verklaring, dat zij niet hertrouwd zijn, kunnen gevorderd worden. .

art. 18.

De uitkeering houdt op:

1. Met den laatsten dag der maand, waarin de trekkende sterft of de weduwe hertrouwt.

2. Met den laatsten dag der maand, waarin het jongste der ouderloos-minderjarige kinderen den ouderdom van 23 jaren bereikt heeft.

Sluiten