Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een geoefend oog noodig, om de eigenaardige en bijzondere kenmerken der schapen zich duidelijk voor den geest te brengen; iemand, tot den herderstand niet opgeleid, zou zich in dit opzigt meer dan eens vergissen, en zich welligt toeëigenen wat hem niet toekwam, of afstand doen van■ wat hem toebehoorde. Aan deze eigenschap, aan dezen trek van het herderlijk karakter hebben wij jezus woord te danken: „ik ken de mynen."

Onder de duizend millioenen Adamskinderen, die immer hebben geleefd, nog leven, en zullen leven, kent chbistus elk schaap, dat hem de Vader heeft gegeven eer de wereld was. Aan de hoven der koningen, in de kerkerholen der gevangenen, (in de kasteelen der edelen, in de eenvoudige woningen der armen en geringen naar de wereld, in de vergaderzalen der wijzen en magtigen, bij het ongekunsteld zamenspreken rondom den geringen haard, op den boezem des onmetelijken oceaans, en aan oorden, waar ons de snoèren zijn gevallen in liefelijke plaatsen, daar ziet en kent chbistus de zijnen. De wereld kent hen niet, wereldhngen weten niet van hen, maar chbistus kent hen, Hij heeft een teeken aan hen gezet: zijn eigen naam op hun voorhoofd, gelijk Hij wederkeerig hun naam op zijn hart draagt; hun geweten heeft Hij gereinigd van doode werken door zijn eigen bloed, hunne schuld heeft Hij verzoend door het offer zijner ziel; hun hart heeft Hij vernieuwd door de werking fan zijnen H. G. Aan deze teekenen kent chbistus de zijnen; Hij kent ze bij name, ieder hunner afzonderlijk; niet de kudde in het algemeen, maar al de schapen zijner kudde, één voor één. Is er een bij wien het vuur der eerste hefde brandt, de Qoede Herder kent de zwakke zijde van dat schaap, en Hij bewaart het tegen de onbezonnenheid en overdrevenheid der eerste indrukken dier liefde; is er een, die om zijnent wil wordt vervolgd of belasterd door menschen, Hij kent dat schaap, en

Sluiten