Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verhaald, mijne Geliefden! hoe de herders onder Israël, ten tijde van den Zaligmaker, de gewoonte hadden om hunne schapen, gedurende eenige maanden des jaars, in de onbewoonde woestijn te hoeden, terwijl zij meestal in den zomer en herfst noordwaards naar de bergen zich begaven; ook waren zij gewoon om putten in de woestijn te graven, en die zoo behendig te verbergen, dat andere herders, vóór hen terugkeerende, onmogelijk die wateren konden ontdekken; naauwelijks behoef ik hierbij te voegen, dat zij vooral zich beijverden om de beste, meest voedzame en schaduwrijke weiden voor de kudden uit te zoeken en die dan des nachts in eene omtuining, tegen het roofgedierte te beschutten. Niet waar, gij zijt mij reeds vooruitgesneld; terwijl ik u nog rondleidde in de dreven van Israëls onbewoonde plaatsen, om u van een heuveltop de zorg des herders, daar ginds in de vallei, over zijne kudden te doen opmerken, hebt gij reeds met dankbare harten den Heere jezus herkend met zijn stok en staf zijne schapen leidende langs de stille wateren en in de grazige weiden! Voorwaar, geen wonder! daar de woorden van den 23sten Psalm, in vroege kindsche dagen van vrome moederlippen vernomen, u zoo onwillekeurig voor den geest komen! In der waarheid, de Heer, van wien david zong: „Hij is mijn Herder," de Heer doet het zijnen schapen aan niets ontbreken bier in de woestijn der wereld; dag aan dag spijzigt hij zijn volk met het brood dat nederdaalde uit den hemel en nog dagelijks nederdaalt; lijden chbistus schapen honger en gebrek, zichzelven, ja! Hem geenzins kunnen zij dit wijten; in de leidingen van zijne goddelijke Voorzienigheid; bij het overdenken van hunnen weg met den Heer en des Heeren wegen met hen; in de binnenkamer, waar, de deur gesloten zijnde, het hart zich opent voor God; op de liefelijke bladen van het dierbaar bijbelboek; bij de onderlinge gemeenschap met zijn volk; in het getrouw getui-

Sluiten