Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zegel van zijne opstanding uit de dooden; Hij zelf schrijve het op de tafel uws harten; bid Hem dat Hij het doe, want o! ik weet het, ik weet het zeker: gelukkig, neen dat zijt gij niet; niet eiken avond zijt gij even onbekommerd; het aangenaam gezellig huisselijk verkeer brengt u geen vrede aan voor het hart; rijkdom, eer, aanzien, gezondheid leveren u geen grond van troost voor de eeuwigheid; gij gevoelt het dat er iets, dat er veel, dat er alles bij u ontbreekt, zoolang uw hart niet is veranderd en vernieuwd door den Heiligen Geest. Mijn vriend, gij hebt welligt reeds in dén hemel eenen zaligen broeder, eene beminde zuster, een vroeggestorven kind, eene geliefde moeder, eenen dierbaren vader; onder de gezaligden loven zij God dag en nacht; o! wanneer straks de hemelbode, die bij dit bedehuis toeft, om de namen naar boven te dragen van hen die zich wenden van de dwaling huns wegs om den levenden God te zoeken, de poorte des lichts binnen snelt, zal hij ook uwen naam onder de hooge gewelven des hemels doen weergalmen? Zullen uwe dierbaren over u nog heden het loflied hooger stemmen, verhevener toonen aan hunne harpen onttokkelen ter eere van het Lam, dat ook u Gode gekocht heeft met zijn dierbaar bloed?

Welaan dan, bij de eer van God, bij de vreugde der engelen, bij de nagedachtenis uwer zalig ontslapenen, bij het heil uwer zielen, laat u bidden, laat u smeken, laat u bewegen naar de stem te hooren van den Goeden Herder, en Hem te volgen, dan zult gij eenmaal, terwijl gij aan zijne regterhand staat, van zijne gezegende lippen hooren „komt, gezegenden mijns Vaders, beërft het koningrijk u bereid van de grondlegging der wereld!"

AMEN.

Sluiten