Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de goede God in de tijden der gezegende Kerkhervorming en na dezelve, toen onze vaderen uit het dwalende Pausdom uitgingen, de zuivere leer van den hervormer Calvijn op eene bijzondere wijze in ons vaderland gevestigd heeft; opdat nu al de Leeraren en leeken de zuivere leer van dezen hervormer gelijkmatig en eenparig zouden belijden, nam men den Heidelbergschen Catechismus en de Nederlandsche geloofsbelijdenis, die achter onze kerkboeken staan, als formulieren van éénheid aan, en pleglig verbond men zich niets anders in onze Kerk te leeren en te gelooven dan dit. Daar deze de onderlinge en vrije overeenstemming was, leide men hiermede niemand aan banden of beperkte men door dezen maatregel niemands vrijheid; want gelijk de onderscheidene Protestantsche gezindheden, ja ook de Ëoomschen in ons vaderland geduld werden, en die allen volkomene vrijheid tot de uitoefening van hunne belijdenis hadden, zoo - stond het aan elk vrij tot eene andere gezindte over te gaan, wanneer hij de Calvinistische leer te streng en niet overeenkomstig zijne inzigten vond. Neen, maar om de orde, rust en vrede te bewaren, verbond men zich geheel vrijwillig tot de onderteekening der formulieren van eenheid, en alleen dan, wanneer men ontrouw aan dit gegeven woord werd, werd deze rust gestoord en hevige klagten over het knellen dezer kerkelijke banden gehoord. Dit juist was de zaak met arminius en zijne leer volgers, de Remonstranten. Dezen weken in vijf voorname punten van de Gereformeerde leer af, werden daarover beschuldigd en aangeklaagd; en daar de twisten hierdoor in ons vaderland vermenigvuldigden, zoo oordeelden onze Staten en Prins matjrits, als Regeerders der Vereenigde Nederlanden, als ware Gereformeerde belijders (in welken geest ook het 36 art. onzer Nederl. Belijdenis gesteld is) en als bevorderaars onzer kerkelijke rust en zuiverheid, dat er eene algemeene synode moest belegd worden, ten einde de ware en van ouds gevestigde leer te onderzoeken en te handha-

Sluiten