Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer gelooft, welke overeenkomstig Gods woord in de formulieren onzer kerk vervat is. De onderteekening geschiedt dus niet, omdat men die formulieren erkent als overeen te komen met Gods woord, als uitdrukkende de leer van Gods woord, maar voor zoo ver zij met Gods woord overeenkomen. Zulk eene onderteekening kan door elke christengezindheid, door den Eoomschgezinde ja zelfs door den Jood gedaan worden. Had men nu het woord voor zoo ver gebraikt, dan ware het elk in het oog geloopen en dan had iedereen zich voor schade kunnen wachten; maar nu noemen wij dit listig en subtiel en heimelijke ondermijning en wegwerping onzer hervormde leer. Deze was ook de opvatting van de Herstelde Lutherschen, die zich voor eenige jaren om de verbastering hunner kerk hebben afgescheiden, en die voor twee a drie jaren aanzoek van de Lutbersohe synode tot wederhereeuiging kregen. Daar toch de Lathersche synode eene dergelijke onderteekening had ingevoerd, zoo was dit de voornaamste hinderpaal, welke in den weg stond om toe te treden tot de hoofdkerk dezer belijdejJf, betaigende, dat men bij zulk eene onderteekening gemakkelijk alles verwerpen en aannemen konde, wat men slechts verkoos. Duidelijk is het dus, dat alle jonge Predikanten, welke na 1816 zijn aangekomen, de volkomenste vrijheid in leer en prediking hebben, als zij alleenlijk maar zorgen, dat zij hunne stelsels nit den Bijbel kannen bewijzen, en dit is niet moeijelijk, daar reeds het oud vaderlandsche spreekwoord zegt: daar is geen ketter, of hij heeft zijn letter. Het is waar, dan zijn toch nog al de Predikanten, die vóór 1816 in de bediening gekomen zijn, aan hanne vroegere onderteekening verbonden, en hoe maken dezen het ? Waarlijk ik zon schromen, deze vraag aan vele Leeraren onzer kerk in deze dagen te doen. Men zegt, dat velen zouden antwoorden, dat in de verandering, in 1816 gemaakt, ook de opheffing hanner verklaring ligt. Is dit zoo, dan had de synode zoo eerlijk moeten zijn om dit openlijk te

Sluiten