Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als moeder onzer dagelijksche zonden. Hier ontstaat weer een verschil met de Roomsche kerkleer, die de erfschuld in Adam door den doop weggenomen acht en daarom meent, dat Gods straffen alleen over de werkelijke zonden gaan, hetwelk in strijd is met Ef. 2 : 3 : „van nature kinderen des t o o r n s" en met 1 Joh. 1:7: //het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde." Intusschen na de aangeboren zonden komen de werkelijke, niet als mindere, maar omdat zij voortspruiten uit onze zonde in Adam; vandaar ook, dat David in Ps. 51 eerst zijn dadelijke zonden belijdt en beweent, maar daarna komt tot de erfzonde, Ps. 51 : 7: //Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijne moeder ontvangen." Vandaar ook, dat wie waarlijk aan zijne zonden ontdekt wordt, eerst bij zijn dadelijke zonden bepaald wordt, en daarna eerst bij het diep bederf zijner natuur, die alleen door wedergeboorte veranderd kan worden. Zoo terecht, geliefde Gemeente, wordt hier gesproken van werkelijke zonden, o, Het zijn alle werkelijke zonden, zoowel die met gedachten en woorden, als die met daden gepleegd worden, en zoo we dan nog bedenken mogen, dat niet slechts de zonden in bedrijf, maar ook ih verzuim, voor den Heere gerekend worden, hoe groot wordt dan het heirleger, dat als een stofwolk opkomt.

De straffen volgen, hetzij tij delg ke, hetzij eeuwige. Zoo wij even de Schriften doorloopen, hoe blijkt dan niet slechts de waarachtigheid van Gods oordeelen, maar ook, dat juist schijnbaar geringe zonden door zware oordeelen gevolgd worden! Op een verboden vrucht volgt de dood van Adam en al zijne nakomelingen; op eene bespotting zijns vaders door Cham, de vloek over een gansch menschengeslacht; op een leugen van Abram, de pestilentie over een gansch land; op een bedrog van Jakob, een en twintig jaren ballingschap; op eene inbeelding van Mirjam, hare melaatschheid; op Mozes'drift, uitsluiting uit Kanaan; op den diefstal van enkele stukken buit, Achans dood en de nederlaag des legers; op Davids tellen des legers, pest over het ganscheland; naRehabeams trotschheid, straf over zijn gansche geslacht: de ongehoorzaamheid van den ouden profeet werd gevolgd door den leeuw, die hem doodde. En zoo wij in het Nieuwe Testament zien, daar zijn de enkele voorbeelden van Ananias en

Sluiten