Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat, van wier gaven ze grootendeels door Gods hand leeft, met wie ze zedelijk en geestelijk verbonden is. Dikwijls wordt dit gemis niet gevoeld. Ten minste Directeuren of Commissiën vermijden gewoonlijk eer dan dat zn" zoeken zulk eenen kring te vormen. Dit blijkt vooral op het gebied der Christelijke school, waar het gemakkelijkst nog uit de ouders een dergelijke kring verkregen kan worden. Men vreest wellicht bemoeizucht of te scherpe controle, maar vergeet, dat juist het gemeenschappelijk schuldbelijden en afsmeeken van des Heeren ontferming over hetgeen gemeenschappelijk dierbaar is die nadeelen allicht tot gezonde verhouding terugleidt en de natuurlijke ordening Gods verwekt, welke levensvoorwaarde der stichting is.

Enkele inrichtingen hebben hetzij uit een practisch, hetzij uit een principiëel oogpunt, die behoefte gevoeld en eene gemeente, eene plaatselijke kerk, is gevormd. Ermelo, Doetinchem, Zetten zijn ten voorbeeld. Toch kan alleen het practisch doel bereikt worden; de eigenlnke gemeente, die de stichting behoeft, verkrijgt men daarmede niet. Want immers de meerderheid dergenen, welke de gemeente vormen, zijn verpleegden niet verzorgers; en ziedaar reeds eene wanverhouding. Daarenboven, wat nog gewichtiger is, de overgroote meerderheid dergenen, die geestelijk, zedelijk, geldelijk de stichting steunen, behooren niet tot de gemeente, wonen buitenaf en juist zij vormen den kring, in wier midden de stichting behoorde te leven.

Feitelijk bestaat dan ook het nauwer verband tusschen stichting en contribuanten gewoonlijk door bovengenoemde Commissie, maar ook hare leden wonen niet altijd op dezelfde plaats of komen niet geregeld te zamen. Meestal slechts één- of tweemaal 'sjaars en dan duurt de tijd dikwijls te kort of is door verschillende administratieve zaken te zeer ingenomen, dan dat men de beginselen, die met de stichting in verband staan, en hunne toepassing grondig kan bespreken. Waar men dit beproefde, gelijk op Steenbeek, ') bleek dadelijk, tot welk opgewekt samenzijn dit leidde; maar Steenbeek is eene uitzondering; en daarenboven bepaalt men zich gewoonlijk toch slechts ook dan tot de uitwisseling van wederzijdsche ervaringen, vreest men zelf beslist een oordeel te vellen tegenover de Directie, met wie men den last des daags en de hitte niet gedragen heeft; en eindelijk, bewijst juist de geze-

1) Zie de Verslagen in „Bouwsteenen" I: 336 en II: 15S.

Sluiten