Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaarne zouden doen. Een lid der verg., ouderling D. van de» Bubgt, zegt: „ „maar waarom zouden die broeders niet in de verg. kunnen blijven, zij kunnen misschien nog nuttig onder ons zijn."" Er wordt nu door den voorzitter voorgesteld, dat de verg. dan over het verzoek van Baarn stemmen zal, ofschoon hij als voorzitter der verg. nog weer nadrukkelijk verklaart, dat' hij, om de bekende reden, er tegen is, dat die broeders nu bij de verg. hospiteeren, en wijst daarbij ook op zijne verantwoordelijkheid als voorzitter, die er voor behoort te zorgen, dat de verg. goed worde geleid. De stemming vindt plaats en uit de stemmen blijkt, dat met alle stemmen op één na gestemd is voor het hospiteeren dier broeders."

Om een einde aan de zaak te krijgen, daar de binnengeleide broeders bleven, ging de verg. tot de stemming over, die in tegenwoordigheid dier broeders mondeling geschiedde. Ook de medeafgevaar digde met den voorzitter had van zijn kerkeraad den last ontvangen om, als er op de class. verg. iets voorviel, als daar toen plaats vond, zich dan beslist daartegen te verklaren. Deze broeder heeft daarna verklaard, dat hem die opdracht van den kerkeraad was ontgaan; hij van meening was dat een verzoek om te hospiteeren altijd werd- toegestaan, en ook hij daarom voor het hospiteeren dier broeders had gestemd.

"Wij vragen nu hier: was het doen in deze van Baarn en de door haar binnengeleide broeders vrij van het zich opdringen en opdringen van personen aan de class. verg.? Kwam het overeen met art. 84 der Dordsche Kerkenorde, hetwelk dus luidt: „Geen Kerke zal over andere Kerken, geen Dienaar over andere Dienaren, geen Ouderling of Diaken over andere Ouderlingen of Diakenen eenige heerschappij voeren." En (waar we hier vooral op willen wijzen:) op het nadeel van wie voornamelijk liep dit uit? Was het niet der protesteerenden te Baarn, wier zaak het immers gold ? We zullen het zien.

Na die stemming trad Ds. Meerburg in breedvoerige bespreking van de handelingen in deze van zijn kerkeraad, en zeide dat zijn kerkeraad in de laatste 8 dagen zich nog weer had afgevraagd, of hij dan toch had gedwaald in de commissie der classis niet te ontvangen; doch dat de kerkeraad geen reden had kunnen vinden om van zijne handelingen terug te komen. Uit wat Ds. Meerburg toen sprak, vermelden de class. notulen ook dit: „Toen de comm. een kwartier uurs uit de kerk" (te Baarn) „was vertrokken, dacht ik, zegt Ds. Meerburg, ik had die broeders toch moeten ontvangen en hen iets moeten presenteeren, maar zij waren al weg." Nadat toen een en ander lid der verg. op het door Ds. Meerburg gesprokene had geantwoord, gaan de class.

Sluiten