Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het moet ons duidelijk worden, dat zij, die voor de afschaffing der zedelijke Wet pleiten, de nieuwe bedeeling in haar levens-aderen van de oude afsnijden. Die aan het vierde gebod alle recht ontzegt, om nog gezaghebbend te spreken, laat daarmede dan ook den Sabbat in al zijn wezen als instelling Gods hopeloos en reddeloos te loor gaan. Zoo het vierde gebod niet meer spreken mag—waarin de schepping en des Scheppers voorbeeld spreken—dan is de Sabbat uit de geschiedenis verdwenen. Dan raken ons zijn schaduwen niet meer. Achtien eeuwen geleden werd hij dan reeds van het terrein verwijderd—wel met den Heer in de spelonke begraven, maar niet met Hem daaruit herrezen!

Het moet ons waarlijk bevreemden, dat men zulke consequentien niet beter in de oogen ziet—dat men niet terugdeinst, en zijn praemissen—zijn uitgangs-punten, door den drang der gezonde bijbelsche voorstelling niet herroept. En ook zou het niet moeielijk vallen, om bij althans sommige voorstanders van het door ons bestredene standpunt de treurige gevolgen in de praktijk aan te wijzen. Oprechte vroomheid mag de praktijk van den invloed der verkeerde begrippen redden. Maar de strekking van zoodanige stellingen, als we daar bestreden hebben, kan zeker nietten beste zijn. Maar wij gelooven dal; wij de stellingen waaruit zoodanige gevolgen voortkomen genoegzaam weerlegd hebben.

Evenwel doet de vraag zich nog voor: Hebben wij dan den Sabbat waarlijk en wezenlijk behouden?

Sluiten