Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beseffen, dat het sterven geen Btraf is, maar een afsterving der zonden en een doorgang tot het eeuwige leven; een weldaad; een verlossing; het beste, dat den waren christen te beurt kan vallen. Dat zal ons troosten in onzen druk, het zal ons leed verzachten, maar het zal ook een zacht heimwee in ons ' verwekken naar ons eigenlijk vaderland. Vooral moet het ons allen, ouden en jongen doen vragen naar den weg, den eenigen, rechten weg, en ons aansporen, daarop te wandelen en steeds bereid en verzekerd te zijn, dat ons heengaan in vrede zal wezen.. Daartoe, voorzeker, neemt de Heer dikwijls de zijnen weg, vóórdat zij nog van ouderdom bezwijken, opdat de levende zou letten op het einde aller menschen en het zou wegleggen in zijn harte. Daartoe diene door zijn zegen ook onze tegenwoordige overdenking, aan welke wij ten grondslag leggen:

Openb. 7: 9—17.

Na dezen zag ik, en ziet, eene groote schaar, die niemand tellen kon, nit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den throon en voor het Lam, hekleed zjjnde met lange witte kleederen, en palm(takken) waren in hunne handen. En zij riepen met groote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, die op den throon zit, en het Lam. En al de engelen stonden rondom den throon, en (rondom) de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den throon (neder) op hun aangezicht, en aanbaden God. Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God in alle eeuwigheid. Amen. En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Deze, die hekleed zijn met de lange witte kleederen, wie zijn zij, en van waar zgn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Heere! gij weet het. En hij zeide tot mij: Deze zijn het, die uit de groote verdrukking komen; en zij hebben hunne lange kleederen gewasschen, en hebben hunne lange kleederen wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor den throon van God, en dienen hem dag eft nacht in zijnen tempel; en die op den throon .zit, zal hen

Sluiten