Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ergste van alles is, men verliest de onverderfelijke kroon, welke God aan allen zal geven, die tot het einde in zijne dienst volharden. Paulus kon zeggen: „Weet gijlieden niet, dat die in de loopbaan loopen, allen wel loopen, maar dat één den prijs ontvangt? Loopt alzoo, dat gij dien moogt verkrijgen. En een iegelijk die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Deze dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke. Ik loop dan alzoo, niet als op het onzekere ; ik kamp alzoo, niet als de lucht slaande; maar ik bedwing mijn lichaam, en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet eenigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde." (1 Kor. IX : 24—27.)

Er is hier geen spraak van het leven of van de behoudenis, maar eenvoudig van het „loopen in de loopbaan", en dat niet om het leven, maar om een „onverderfelijke kroon" te verkrijgen. Geroepen te worden in de loopbaan te loopen, vooronderstelt het bezit van het leven; want wie zal doode menschen aansporen in de loopbaan te loopen ? Men moet het leven bezitten, eer men kan beginnen te loopen; en al zou men ook ophouden te loopen, zoo verliest men daardoor toch het leven niet, maar wel de kroon; want die kroon en niet het leven is het voorgestelde doel. Wij worden niet geroepen tot het loopen in de loopbaan om het leven te verkrijgen; want het bekomen van het leven is geen gevolg van het loopen, maar van het geloof in den Heere Jezus Christus, die door zijnen dood het leven voor ons verworven en het door de macht des Heiligen Geestes in ons geplant heeft. En dit leven, als het leven van den opgewekten Jezus, is eeuwig, want Hij is de eeuwige Zoon, zooals Hij zeifin Joh. XVII tot den Vader zegt: „Gehjkerwijs Gij hem macht gegeven hebt over alle vleesch, opdat al wat Gij hem gegeven hebt, hij hun het eeuwige leven geve." Het is een leven zonder

Sluiten