Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn opgegaan, en zij hebben het met een verwonderlijk succes zoo ver gebracht, dat zij gestadig dicht bij hun God leefden.

Is onze God minder God dan de hunne? Zou Hij dan niet, die de liefde is, Hij die voor ons mensch, voor ons arm, voor ons een vloek geworden is, de goedertieren God, God de Zangmaker, zou Hij niet in ons kunnen wonen gelijk hun God woont in hen ? Hebben wij dan niet een enkel middel om Hem in dien levenden tempel te doen zetelen, dien hij boven alle andere de voorkeur geeft? Kan Hij zich niet zoo aan ons mededeelen, dat Hij zich met al onze toestanden, met al onze handelingen vereenigt, gelijk onze ademhaling zich met al de bewegingen van ons lichaam vereenigt? Zouden wij niet onzen God overal met ons kunnen mededragen, gelijk de wereldling overal zijn afgod met zich draagt, en alles tot Hem in betrekking stellen, gelijk de wereldling alles tot zijn lievelingsgedachte of zijn heerschende hartstocht in betrekking brengt. Maar wat? Zou ik mogen zeggen dat dit niet kan, als ik zie dat er zielen zijn, die zich te midden van hunne bezigheden afzonderen, en die bezigheden zelve hen daartoe schijnen te brengen, omdat zij, naarmate zij gevoelen door menschen en zaken gedrongen en gejaagd te worden, tot zichzelve inkeeren en met meerdere liefde de blikken en den omgang met hunnen God zoeken? Ja, er zijn zielen, die, hoewel zuchtende, het u toch zouden kunnen zeggen, hoe zeldzaam de oogenblikken waren, dat zij gevoeld hebben buiten God te leven. Zonder zulk een hoog voorrecht af te dwingen, kan dan toch niet ieder christen ootmoedig vragen dat God hem beurtelings zij eene toevlucht te midden van dit gewoel der wereld en een metgezel in de eenzaamheid der woestijn?

Alles wat wij over de voordeden der uitwendige eenzaamheid gezegd hebben, houden wij staande, mijne broeders,en wij wenschen dat ieder van ons haar als een middel beschouwe dat hij met ijver moet aangrijpen. Het is de plicht van den

Sluiten